OPDRACHTGEVER Het Rijksvastgoedbedrijf kiest voor een nieuwe contractvorm: het geïntegreerde instandhoudingscontract. Afdelingshoofd Realisatie Landelijk bij het RVB Nelleke Flick licht toe waarom. En: waar liggen de kansen en drempels voor het mkb-bouw? Flick: "De samenwerking staat centraal." Nieuw is de projectmatige ruimte in dit contract – essentieel voor het mkb, aldus Flick. Het RVB is de grootste vastgoedorganisatie van Nederland en beheert bijna twaalf miljoen vierkante meter aan gebouwen. Meer dan de helft van die panden kampt met achterstallig onderhoud, gevolg van aanhoudende bezuinigingen van de afgelopen decennia. Het is een van de redenen dat het RVB veel vastgoed op een nieuwe manier gaat aanbesteden; met het geïntegreerde instandhoudingscontract. In 2031 moet dat voor alle klanten van het RVB geregeld zijn. Wat is het geïntegreerde instandhoudingscontract? “In zo’n contract brengen we alle diensten van alle verschillende vakgebieden in één contract samen bij één marktpartij. Die draagt zorgt voor al het onderhoud, voor een looptijd van vijftien jaar. Deze contractvorm is op zich niet nieuw, er is een zeer brede marktervaring. ProRail, RWS en grote gemeenten doen het zo al, het RVB trouwens ook al. Maar nieuw is hier de projectmatige ruimte; in deze instandhoudingscontracten kunnen we meebewegen met veranderende wet- en regelgeving en bieden zo ruimte voor projectmatige werkzaamheden. Als in de vijftien jaar contractduur nieuwe eisen voor het vastgoed gelden, kunnen we dit binnen het contract gewoon opnemen. Dat geven we bij de uitbesteding al aan. Die projectmatige ruimte is essentieel, zeker voor het mkb. Het contract biedt ruimte voor een nauwere samenwerking met installatie- en bouwpartijen om naast correctief en preventief onderhoud ook vervangingen en deelvervangingen uit te kunnen voeren op natuurlijke momenten.” Waarom het geïntegreerde instandhoudingscontract? “Twee redenen. Allereerst de hoeveelheid vastgoedcomplexen. We kunnen bij beheer en onderhoud niet zelf de coördinerende rol op ons nemen en voor elke bouwdiscipline afzonderlijk een contract afsluiten. Ten tweede: de raakvlakproblematiek. In onze huidige contracten leidden de koppelvlakken – de vlakken waar bouwkundige disciplines samen komen – altijd tot enorme complexiteit, bijvoorbeeld bij de installaties. Daar wil ik vanaf, ik wil afstemming. Dat realiseren we met deze nieuwe contractvorm.” Gaat deze contractvorm gelden voor al het vastgoed van het RVB? “Nee. Er zijn twee randvoorwaarden. Een vastgoedcomplex moet van enige omvang zijn om het voor de markt interessant te maken. Wij denken dat het alleen relevant is vanaf 10.000 vierkante meter bruto vloeroppervlak. Daarnaast nemen wij in de beoordeling mee of het vastgoedcomplex onderdeel blijft uitmaken van de strategisch voorraad van het RVB.“ Wat verandert er met deze nieuwe contractvorm voor de uitvoerende partijen? “Als gezegd leiden in de huidige contracten de koppelvlakken tot complexiteit. De geïntegreerde instandhoudingscontracten zetten in op samenwerking. Het is een sámenwerkingscontract, wij in plaats van zij! Bij deze complexiteit heb je elkaar gewoon nodig. Binnen de nieuwe contractvorm lassen we elke vijf jaar een go/no go-moment in, waarbij we mét elkaar kijken of de hoofdaannemer voldoet aan de KPI's en wat we de volgende periode van vijf jaar gaan doen. Bij een verkeerde houding, niet gestoeld op samenwerking, op dat 'samen', heb ik de ruimte voor een offerte bij derden. Al is het maar als referentie voor de offerte die ik al heb.” Hoe ziet u de rol van het mkb bouw in deze nieuwe samenwerkingsvorm? “Het mkb is een ongelooflijk belangrijke partij voor deze contracten. Als onderaannemer, maar ook verenigd in nieuwe, eigen consortia, weg uit die verhouding van hoofd- en onderaannemer. De brancheorganisaties kunnen een rol hebben in het vormen van zulke consortia, ik had daarover al contact met MKB-INFRA. Bij kazernes bijvoorbeeld zien we dat er veel mkb-bedrijven om deze defensie-objecten heen zitten. Die leveren nu goed werk op die locaties. We zouden het toejuichen als die zich organiseren en die ervaring gezamenlijk inzetten – en zo ook hun omzet niet kwijt raken. Per vastgoedcomplex kunnen veel mkb bedrijven – klein en middelgroot ook – deelnemen.” U zei in 2023: 'De klacht van bedrijven in onderaanneming is [...]: wij worden door de hoofdaannemer onder druk gezet om goedkoop werk te leveren. Ik zit er niet op te wachten dat ik vijftien tot twintig jaar de problemen heb dat onderaannemers het gevoel krijgen dat ze geen eerlijke prijs hebben gekregen. Want dan heb ik vijftien tot twintig jaar ellende'. Het was onder meer een reden om mkb marktverkenningsdagen te organiseren. Daar wilde u vragen beantwoord krijgen als: 'Hoe moeten wij voor het mkb onze uitvraag naar de markt brengen? Welke samenwerkingsmodellen kan je bedenken om te zorgen dat je als onderaannemer wel een positie aan tafel hebt?’ Wat kwam daar uit? “Die gesprekken gaan we nog organiseren. Omdat in zo’n contract veel verschillende disciplines worden ondergebracht, kijken we nadrukkelijk naar de samenwerking tussen hoofdaannemer en onderaannemers. Wat betreft de prijs; ik heb daar zelf Binnenhof - Foto: Arenda Oomen 15 NUMMER 4 - 2024 | BOUWBELANG
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=