ongeveer 900 miljoen betrekking op de kosten van uitval in de uitvoerende bouw (bouwplaatspersoneel en UTA-personeel). Het bouwplaatspersoneel is verantwoordelijk voor ruim zestig procent van de kosten van uitval (550 miljoen euro), bijna veertig procent heeft betrekking op het UTApersoneel. Verder is het geen verrassing dat de categorie onder de 40 jaar de minste uitval vertoont. De sector bouw en infra figureert al decennialang in de top drie van de sectoren met het hoogste uitvalpercentage (bron: CBS Statline). Waarbij aangemerkt moet worden, dat de bedrijven met minder dan tien werknemers – gemeten over alle sectoren – het best scoren. PAGO EN DIA Statistieken en onderzoeken zijn belang- rijk om inzicht te krijgen in de stand van zaken, maar ze zijn geen remedie. Ze kunnen de situatie niet verbeteren. In de cao zijn wel een aantal inmiddels bekende maatregelen opgenomen waar werknemers vanaf hun twintigste eens in de vier jaar gebruik van kunnen maken: het Periodiek ArbeidsGeneeskundig Onderzoek (PAGO) in combinatie met de Duurzame Inzetbaarheids Analyse (DIA). Erwin Wessels, directeur Wessels Vakbouwers, Lichtenvoorde, (GNL) “Het fysieke aspect is in ons bedrijf nauwelijks nog een issue. Ik durf de stelling wel aan dat het werk dat onze medewerkers doen niet echt meer onder zwaar werk valt dat leidt tot een voortijdige uitval. We lopen voorop als het gaat om arbo-vriendelijk materieel. Als één van de eersten hebben we daarin flink geïnvesteerd. Onze mensen staan bijvoorbeeld op hefsteigers als ze aan een gevel staan te metselen. Bukken is er niet meer bij. Natuurlijk, ze werken in weer en wind en maken vanwege de reistijden lange dagen. Maar is dat fysiek belastend? Als je er even anders naar kijkt, zie je mensen die in de buitenlucht in beweging zijn. Dat scheelt weer een abonnement op de sportschool. Verkeerd bewegen is de belangrijkste oorzaak voor slijtage. De jonge mensen hebben op school geleerd hoe ze dat voorkomen. Deze kennis geven ze door aan de oudere generatie. Die op hun beurt vakmanschap en werkervaring delen. En dan is er nog de mentale belasting. Ook op dat punt zie ik bij ons weinig problemen. Dat komt om te beginnen door de sfeer op de bouwplaats. Hoe gaan de mensen onderling met elkaar om? Dat heeft te maken met de normen en waarden die geworteld zijn in het bedrijfsbeleid. Op dit vlak is er vaak al veel te winnen. Het is bij ons vanzelfsprekend dat je respect hebt voor de mensen met wie je dagelijks omgaat. Dat je ze groet als je ’s morgens op je werk komt. Dat er een goede onderlinge verstandhouding is. Je merkt dat bijvoorbeeld aan de ontspannen sfeer in de bouwkeet tijdens de pauzes. Verder proberen we er alles aan te doen om de werkdruk binnen aanvaardbare proporties te houden. Ik zie rond een project soms zaken die onnodig een wissel trekken op de werkdruk. Neem de versnipperde structuur in de bouw, waarbij alle partijen hun eigen deelbelang najagen en zich daarnaar gedragen. Dat gaat ten koste van het werkplezier en verhoogt de werkdruk. Wij willen graag een orderportefeuille die zoveel mogelijk gevuld is met werken van opdrachtgevers voor wie wij vaste uitvoeringspartners zijn. Dat verloopt natuurlijk marktconform, maar met respect en vaste afspraken. Ongeveer tachtig procent van onze werken voeren we uit in partnerschap. Dat partnerschap hanteren we ook zelf richting onze onderaannemers en zzp’ers. Je kunt dankzij het partnerschap de workflow beter organiseren, waardoor deze meer soepel verloopt. Ook hierdoor vermijd je pieken en voorkom je een hoge werkdruk. Dus onze remedie tegen voortijdige uitval omvat wat ons betreft: een goede werksfeer, een goed georganiseerde werkflow en werken in partnerschap. En natuurlijk ondergaan onze mensen, zeker vanaf hun veertigste, op gezette tijden een PAGO en DIA.” Erwin Wessels: De remedie tegen voortijdige uitval omvat wat ons betreft: een goede werksfeer, een goed georganiseerde werkflow en werken in partnerschap” GAZET | NUMMER 1 - 2025 38
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=