“Zowel de politiek als de maatschappij is het er al jaren over eens dat het simpeler en sneller moet om de woningbouw te versnellen. Maar zodra het concreet wordt, hebben we te maken met een onevenwichtigheid in de machtsbalans. Dan blijkt de groep die voor steeds beter gaat, toch weer groter en blijft de versnelling uit.” ANDERE SITUATIE Van die onevenwichtigheid is in het huidige - demissionaire - kabinet geen sprake. De woningcrisis staat inmiddels bovenaan de maatschappelijke agenda en de verantwoordelijke minister maakt zich hard voor oplossingen. “Dat maakt de situatie nu wel anders. Ik ben door minister Keijzer gevraagd om op alle mogelijke manieren te kijken hoe we sneller en beter meer woningen kunnen toevoegen. Die mogelijkheden hebben we als commissie onderzocht en vertaald naar aanbevelingen.” Daarvoor heeft de commissie de volledige scope van de regelgeving in het woningbouwproces geanalyseerd, nadat eerst een knelpunteninventarisatie in het werkveld was gedaan. “Die leverde 350 knelpunten op. De oplossingen die men aandroeg waren lang niet allemaal realistisch. Zo opperde een aantal indieners om de provincie er helemaal tussenuit te halen. Leuk voor een discussie in de kroeg, maar niet uitvoerbaar...” INTENSIEF ONDER TIJDSDRUK Dankzij deze inventarisatie was de commissie wel snel in staat om mogelijke oorzaken van vertraging in het bouwproces in beeld te brengen. “Van de voorfase en grondverwerking, het omgevingsplan tot het Bbl, en de bezwaar- en beroepsprocedures. Daarmee zijn we als commissie aan de slag gegaan en hebben we in het voorjaar onze eerste aanbevelingen al gepresenteerd. In juli volgde het tweede deel en hebben we ons eindrapport aangeboden aan de minister. Een heel intensief traject onder flinke tijdsdruk” Die druk had de adviescommissie zichzelf opgelegd. “We onderzochten manieren om de woningbouw te versnellen, daar hoort een snelle advisering bij. Met de verschillende specialisten binnen de adviescommissie konden we op alle terreinen binnen de Omgevingswet snel analyseren en adviseren.” METEEN KRITIEK De aanbevelingen werden in twee fases gepresenteerd. In de eerste fase is vooral gekeken naar de versnellingskansen die het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) biedt. Minister Keijzer ging direct met de aanbevelingen binnen haar portefeuille aan de slag, ondanks de kritiek die er op de aanbevelingen kwam. “Dat hadden veel mensen niet verwacht. Zo was er veel discussie over ons voorstel om de eisen aan de plafondhoogte te verlagen en steilere trappen toe te staan. Terwijl het puur om het eisenniveau gaat dat gemeenten kunnen stellen voor plafondhoogten. Wij adviseren wat meer te kijken naar de normen die in WestEuropa gelden dan zitten wij nog steeds aan de bovenkant, letterlijk en figuurlijk. Maar sommigen reageerden alsof niet het plafond, maar de hemel naar beneden kwam.” Al die lieden die zo tekeer gaan, spreken zich tegelijkertijd uit voor de bouw van kleinere woningen, omdat we volgens hen te groot wonen in vergelijking met andere Europese landen. “Heel apart, want bij het voorstel voor een lager plafond gaat het dak eraf, maar kleinere woningen zijn wel een goed idee…” ‘NIET ZO RADICAAL’ De aanbevelingen die in de tweede fase zijn gedaan, wachten nog op een politiek oordeel. Het demissionaire kabinet komt 13 oktober met een reactie op alle 150 aanbevelingen. “Daarbij zitten de aanbevelingen die ook betrekking hebben op verantwoordelijkheden van andere ministeries, zoals IenW. Bouwen bij luchthavens, omgaan met vervuilde grond, omgevingsveiligheid en flora en fauna bijvoorbeeld.” Ook op die aanbevelingen kwam al de nodige kritiek uit de sector en politiek na de presentatie. “Het totaal van de 150 aanbevelingen is voor Nederland misschien vrij radicaal, maar op zichzelf zijn de voorstellen niet zo radicaal. We hebben in veel gevallen bij 12 BOUWBELANG | NUMMER 3 - 2025
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=