en vleermuizensoorten, zijn zelfs afhankelijk van een stedelijke omgeving. Door ook voor deze dieren te bouwen kan nieuwbouw leiden tot een verbetering van de biodiversiteit in de stad. Maar hoe doe je dat dan? Een waardevolle informatiebron is de Checklist Groen Bouwen. Dit is een initiatief van Vogelbescherming Nederland en de Zoogdier Vereniging. Verstedelijking draagt volgens de initiatiefnemers weliswaar bij aan het verlies van biodiversiteit in algemene zin. Echter, deze verandering van het landschap biedt ook kansen. Sommige diersoorten profiteren daarvan. Voor enkele soorten zijn onze steden en dorpen zelfs het belangrijkste leefgebied. Bekende voorbeelden zijn gierzwaluw, huismus en gewone dwergvleermuis, die alle succesvol gebruik maken van de gebouwen waarin wijzelf wonen en werken. KLEINE MOEITE Natuurinclusief bouwen blijkt in de praktijk eigenlijk altijd heel gemakkelijk, zowel financieel als bouwtechnisch. Bij renovatie en nieuwbouw zouden voorzieningen voor vogels en vleermuizen vanzelfsprekend moeten zijn. Sterker nog: verlies van bestaande vaste nest- en verblijfplaatsen van inheemse soorten moet worden gemitigeerd (negatieve gevolgen beperken). Dat is vastgelegd in de wet. Denk bijvoorbeeld aan neststenen voor gierzwaluwen en vleermuizen. Dit soort maatregelen zijn soms moeilijk achteraf te realiseren, maar voor het behoud van deze soorten zijn ze cruciaal. De bebouwing staat er voor lange tijd, zodat het stedelijk gebied ook in de toekomst geschikt blijft voor vestiging van vogels en vleermuizen. Het is helemaal mooi wanneer natuurinclusief gebouwd wordt op basis van een soortenmanagementplan en een gebiedsgerichte ontheffing. Dan is in de ontheffing namelijk al geregeld dat wat nu gebouwd wordt, kan gelden als compensatie voor het toekomstig verlies van verblijven elders binnen het gebied. Op deze manier zijn er al alternatieve verblijfsplaatsen voor vogels en vleermuizen nog voordat deze elders verloren gaan. BUITENRUIMTE Natuurinclusief bouwen gaat verder dan de gebouwen zelf. De inrichting van de buitenruimte, van blauw en groen, kan net zo goed natuurinclusief. Helaas geldt voor weinig plekken binnen de stedelijke omgeving de natuur als prioritaire bestemming. Maar deze opgaven kunnen wel goed worden gecombineerd. Biodiverse maatregelen zijn in veel gevallen klimaatadaptief en andersom kunnen klimaatadaptieve maatregelen, wanneer er aandacht is voor bijvoorbeeld een inheemse plantkeuze, ook biodivers worden gemaakt. Het bereiken van een aanvaardbaar niveau basiskwaliteit stedelijke natuur is niet vanzelfsprekend. Er zijn veel stedelijke opgaves, zoals waterretentie, klimaatadaptatie, volksgezondheid en leefbaarheid waarvoor groene oplossingen bestaan die gunstig zijn voor mens én dier. Met multifunctioneel landgebruik en interdisciplinaire samenwerking, tussen bouw en natuurbescherming, is basiskwaliteit te realiseren. MEER WETEN? Kijk op www.checklistgroenbouwen.nl. Scholekster. Foto: Marion Duimel / Vogelbescherming. Hoekkast voor vleermuizen met meerdere microklimaten. Foto: Bianca Pouw. Gevarieerde groene gevel met klimplanten. Foto: M.W. (Martin) van den Hoorn, Dienst Stadsbeheer van de Gemeente Den Haag. 31 NUMMER 3 - 2025 | BOUWBELANG UITGELICHT NATUURINCLUSIEF BOUWEN
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=