voor beschermde diersoorten bij utiliteitsgebouwen, zoals scholen en kantoren. Toch lijkt er wel draagvlak te zijn voor het aanbrengen van ‘duurzame verblijfsplaatsen voor gebouwafhankelijke beschermde soorten’. Veel nieuwbouw is al vrijwillig voorzien van nestgelegenheden. Wat in ieder geval voor zowel ondernemers als de natuur positief is, is de eDNA-methode. Hiermee kunnen isolatiebedrijven aantonen of vleermuizen in spouwmuren aanwezig zijn. Het isolatiebedrijf verzamelt hierbij sporen van vleermuizen met behulp van een spons. In een laboratorium wordt onderzocht of er DNA van een vleermuis aanwezig is of niet. Deze methode is op 7 maart 2025 als erkende maatregel opgenomen in de Omgevingsregeling, waardoor er bij een negatieve uitslag (geen DNA aangetroffen) gewoon na-geïsoleerd kan worden. GROEN IN OMGEVINGSPLANNEN Zoals opgemerkt kunnen gemeenten in omgevingsplannen (de oude ‘bestemmingsplannen’) regels voor natuur rondom de woning en in de openbare ruimte stellen. In het oude systeem (tot 1 januari 2024) werd er onder de Wet ruimtelijke ordening in bestemmingsplannen gewerkt met verboden, en niet geboden (toelatingsplanologie). Een gemeente kon met een bestemmingsplan dus niet ‘gebieden’ en dus afdwingen dat nieuwe en/of bestaande woningen bijvoorbeeld een groen dak moeten krijgen. De huidige omgevingsplannen bieden meer mogelijkheden. Gemeenten mogen geen duurzaamheidseisen aan bouwwerken stellen, zoals biobased bouwen of bouwen met nestgelegenheden. Maar door eisen te stellen aan de hoeveelheid groen op een perceel kunnen woningbouwers of -eigenaren wel worden verleid tot bijvoorbeeld het kiezen voor groene gevels en daken. Voor bestaande bouw blijft dat natuurlijk wel lastig. MILIEUPRESTATIE Dan is er nog de milieuprestatie gebouwen (MPG), maar die heeft maar een beperkte invloed op natuurinclusief bouwen. De milieuprestatie geeft namelijk vooral aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Het gaat dus niet om de hoeveelheid groen of bijvoorbeeld nestgelegenheden. Daarnaast speelt mee dat de MPG voor woningen voorlopig niet wordt aangescherpt. Ook weer in het kader van STOER. Daarbij neemt de minister ook de aanbevelingen over van een externe adviesgroep onder leiding van Friso de Zeeuw met vertegenwoordigers uit de bouwsector, wetenschap en decentrale overheden. Deze adviesgroep is gevraagd om met concrete voorstellen te komen. Belangrijkste reden om de MPG niet aan te scherpen is volgens de adviesgroep dat de bouwwereld uitkijkt naar de uitwerking van de Europese Whole-lifecycle Global warming potential (wlc-gwp). Dit is de nieuwe Europese eis voor broeikasgasemissies waar de bouw en het gebruik van woningen in 2030 aan moet voldoen. De uitgangskaders daarvan moeten per 2027 zijn bepaald. De milieuprestatie (MPG) heeft daardoor in de ogen van de adviesgroep nog maar een beperkte ‘houdbaarheidsdatum’. In ieder geval lijkt de MPG-grenswaarde voor woningen en appartementen in 2026 naar 1,6 te gaan. Dat lijkt vreemd, omdat die waarde nu nog maximaal 0,8 is, maar deze stijging neemt alleen al toe door de uitbreiding van het aantal milieu-impactcategorieën van elf naar negentien. Daarnaast gaan CO2-emissies zwaarder meewegen in de uitkomst van de milieuprestatie berekening. Zo is de weegfactor van GWP (Kg/CO2 e.q) van € 0,05 naar € 0,116 gegaan. De Milieu Kosten Indicator (MKI) van producten is hierdoor hoger. Samenvattend zal natuurinclusief bouwen voorlopig afhankelijk blijven van de marktvraag en ontwerpers en bouwers die ‘groener’ willen bouwen. Ingebouwde nestkasten voor gierzwaluwen. Door eisen te stellen in het omgevingsplan aan de hoeveelheid groen op een perceel kunnen woningbouwers of woningeigenaren worden verleid tot bijvoorbeeld het kiezen voor groene daken. 35 NUMMER 3 - 2025 | BOUWBELANG UITGELICHT NATUURINCLUSIEF BOUWEN
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=