NR 4 -DECEMBER 2025 Pagina 37-42 Hemwegcentrale Slim en schoon slopen in Amsterdam Bouwplaats-ID “Afwijzing registratieplicht onbegrijpelijk” Uitgelicht Houtbouw in de lift “Je bent echt samen iets aan het opbouwen” PLATFORM VOOR BOUW & INFRA Circulaire hub Een tweede leven voor PIR- en PUR-platen
Samen bouwen we verder van trekker tot trilplaat Van erf tot afrit, van klei tot kruispunt: samen staan we sterker. Op 19 juni zijn onze verenigingen gefuseerd. Eén club, één stem, meer slagkracht voor ondernemers in groen, grond en infra. De toekomst? Die maken we samen. Cumela verwelkomt de leden van MKB INFRA Meer weten over de fusie? Scan de QR-code Samen bouwen we verder van trekker tot trilplaat Van erf tot afrit, van klei tot kruispunt: samen staan we sterker. Op 19 juni zijn onze verenigingen gefuseerd. Eén club, één stem, meer slagkracht voor ondernemers in groen, grond en infra. De toekomst? Die maken we samen. Cumela verwelkomt de leden van MKB INFRA Meer weten over de fusie? Scan de QR-code
3 NUMMER 4 - 2025 | BOUWBELANG INHOUD BOUW BELANG Cover Daphne Wermink uit het Friese Noordwolde verruilde het onderwijs voor een carrière in de ruwbouw. Hoewel ze na haar studie eerst nog twee jaar voor de klas stond als wiskundedocent, koos ze uiteindelijk toch voor haar passie: het verlijmen van kalkzandsteenblokken. 12 18Slim en schoon slopen In 2021 begon Veras-lid Lek Sloopwerken aan de sloop van de Amsterdamse Hemwegcentrale. Nagenoeg alle materialen, grondstoffen en installaties uit de centrale zijn gerecycled of hergebruikt. 10Afwijzen registratieplicht ‘onbegrijpelijk Aannemersfederatie Nederland en vakbond FNV Bouwen & Wonen reageren vol onbegrip op de afwijzing een verplichte registratie op bouwplaatsen door minister Paul (SZW). 21 Off-grid met wijkgebonden energienetwerk Netcongestie is vaak de reden dat projecten vertragen. Ondernemers Coos Schouten en Erik Kemink bedachten een innovatieve off-grid oplossing waarbij je niet afhankelijk bent van een stroom- en gasnet. 24 Tweede leven voor PIR en PUR Bork Groep onderzoekt de kansen voor hergebruik van PIR- en PUR-platen. Inzet: opschalen voor de zakelijke markt, inclusief certificeringen en een handel als tussenpartij. Verder in dit nummer 05 Voorwoord Riek Siertsema 05 colofon 06 Nieuws 09 Column Gert Bolink 27 Column Joost Haest 28 Uitgelicht: Houtbouw in beeld 36 Column Geert Hilferink IN DEZE UITGAVE 37 BEMIDDELING IAS VOOR ASBESTSLACHTOFFERS 40 75.000 FTE’S NODIG IN DE BOUW 41BUITENLANDSE ARBEIDS- KRACHT BLIJFT NODIG Hybride houten galerijflat Hoogbouw in hout heeft de wind mee. Eerder dit jaar leverde woningcorporatie Woonstad Rotterdam Valkensteyn op, een hybride houten galerijflat met 82 huurwoningen. NBVT-lid Linkwood re-engineerde de houtconstructie en verzorgde de montage. 15 PLATFORM VOOR BOUW & INFRA JAARGANG 17 - NUMMER 4 -DECEMBER 2025
Bekijk onze voorraad Ik heb snel een bedrijfswagen nodig Deze Opel Vivaro en meer dan 700+ bedrijfswagens zijn direct uit voorraad leverbaar. DE NIEUWE TK TEGELSNIJDER DE EERSTE TEGELSNIJDER MET ASYMMETRISCH GEPLAATSTE ENKELE GELEIDER. • 1.500 kg breekkracht • Breekcontrole • Perfect zicht • Snijden tot 21 mm • Ongelofelijk soepel snijden • Hoge stabiliteit • Gemakkelijk vervoeren en opvouwen rubi.com PROFESSIONALS KIJKEN VOORUIT
BB_05-2022.indd Nu de verkiezingen achter de rug zijn, is het spel op de wagen. Welke partijen gaan een positie in ‘vak K’ innemen en wie gaat in de nieuw samengestelde Tweede Kamer oppositie voeren? Ook voor ons is deze periode belangrijk. Als Aannemersfederatie Nederland is dit het moment om onze achterban te presenteren bij nieuwe Kamerleden. En ook de politici die op herhaling gaan, informeren we graag nog een keer over het belang van de vakspecialisten in de mkb-bouw en infra. Dat doen we via ons manifest ‘Nederland bouwt op vakspecialisten!’, dat inmiddels op veel Haagse burelen is bezorgd. Het is aan de nieuwe Tweede Kamer en een nieuw kabinet om opnieuw perspectief te bieden op een goede, duurzame en welvarende toekomst met mogelijkheden voor iedereen. Continuïteit, duidelijkheid en een gelijk speelveld voor grote-, middelgrote- en kleine bedrijven en hun medewerkers, zijn daarbij cruciaal. In een begeleidende brief bij ons manifest maak ik de Haagse politici duidelijk dat wij alles in het werk stellen om de bouw- en infrasector in gunstig economisch vaarwater te krijgen en houden. Daarbij doe ik meteen de dringende oproep dat de mkbaannemers in onze achterban wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken vanuit de politiek. Niet in de vorm van ‘zakken geld’, maar vooral door het mkb in bepaalde opzichten te ontzien en te versterken. Niet voor het eerst benadrukken we in het manifest het belang van het midden- en kleinbedrijf. Maar liefst 98 procent van alle bedrijven in Nederland is mkb. Daarmee vormt het mkb een enorme toegevoegde waarde voor onze economie. Desondanks is het ondernemersklimaat vaak niet mkb-vriendelijk. Bijvoorbeeld door een te hoge regeldruk. De afgelopen jaren zijn, mede op ons initiatief, mooie stappen gezet om deze druk te verlagen. Het is essentieel deze maatregelen voort te zetten. Maar ook op andere vlakken tonen we de toegevoegde waarde van onze achterban. Bijvoorbeeld als het gaat om innovatie, verduurzaming, circulariteit en de opleiding van jong talent voor onze gespecialiseerde ambachten. Op basis van het manifest komen we graag in gesprek met de politiek. Om zo samen met ons noodzakelijke bouw-, verduurzamings- en klimaatopgaven van de komende jaren soepeler te laten verlopen. Riek Siertsema, voorzitter Aannemersfederatie Nederland COLOFON VOORWOORD Steun vakspecialisten! 5 NUMMER 4 - 2025 | BOUWBELANG © 2025. Nederlandse HandelsUitgaven. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevens-bestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgever en auteurs verklaren dat deze uitgave op zorgvuldige wijze en naar beste geweten is samengesteld. Evenwel kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Uitgever en auteurs aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, die het gevolg is van handelingen en/ of beslissingen die gebaseerd zijn op bedoelde informatie. Gebruikers van deze uitgave wordt met nadruk aangeraden deze informatie niet geïsoleerd te gebruiken, maar af te gaan op hun professionele kennis en ervaring en de te gebruiken informatie te controleren. PLATFORM VOOR BOUW & INFRA BouwBelang verschijnt vier keer per jaar in de maanden maart, juni, september en december in een oplage van 10.000 exemplaren. UITGEVER Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra De Smalle Zijde 20A, 3903 LP Veenendaal Telefoon: (0318) 544 900 E-mail: secretariaat@aannemersfederatie.nl www.aannemersfederatie.nl ONTWIKKELING EN REALISATIE Nederlandse HandelsUitgaven Keulenstraat 8J, 7418 ET Deventer Telefoon: (0570) 861007 E-mail: hugo@handelsuitgaven.nl www.handelsuitgaven.nl BLADMANAGEMENT Frank de Groot REDACTIE Geert Hilferink (hoofdredacteur) E-mail: Geert@bouwbelang.com Arie Grevers Frank de Groot Hans Fuchs Henk Wind REDACTIEADRES Nederlandse HandelsUitgaven Postbus 2273, 7420 AG Deventer E-mail: redactie@bouwbelang.com COÖRDINATIE Rielèn van der Hoek FOTOGRAFIE Kees Stuip , Marcel Krijger, Anrie Trappenburg VORMGEVING EN PREPRESS Ronald Wientjes, Create-by ADVERTENTIE-EXPLOITATIE Nederlandse HandelsUitgaven Hugo Arends Telefoon: (0570) 861007 E-mail: advertentie@bouwbelang.com ABONNEMENTEN, ADRESWIJZIGINGEN, EN OPZEGGINGEN E-mail: info@bouwbelang.com DRUK Damen Drukkers Postbus 14 4250 DA Werkendam
AFNL presenteert manifest aan nieuwe Tweede Kamer In een manifest getiteld ‘Nederland bouwt op vakspecialisten!’ wijst Aannemersfederatie Nederland Bouw & Infra (AFNL) de nieuwe Tweede Kamer op de cruciale rol van mkb-aannemers in de bouw- en infrasector. Deze bedrijven vormen de ruggengraat van woningbouw, verduurzaming, infrastructuur, renovaties en klimaatadaptatie. Zij leveren vakmanschap, innovatiekracht en een sterke verbinding met lokale gemeenschappen en kunnen zo bijdragen aan de grote maatschappelijke opgaven die er liggen. De Aannemersfederatie schetst in dit manifest de grootste knelpunten én doet concrete aanbevelingen aan de politiek om het mkb in de sector toekomstbestendig te maken. Daarbij benadrukt AFNL dat mkb-aannemers essentieel zijn voor de Nederlandse economie – 98% van alle bedrijven is mkb. Excessieve regeldruk belemmert ondernemers echter om effectief te werken. De federatie vraagt om structurele regeldrukreductie, het toepassen van de MKB-Toets bij nieuwe wetgeving, het serieus benutten van uitkomsten van het MKB-Indicatorprogramma en het voorkomen van versnippering in toezicht en handhaving. De politiek moet zorgen voor meetbare vermindering van administratieve lasten en de adviezen van het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) beter integreren. MKB ALS BANENMOTOR De bouw- en infrasector kampt met schaarste aan personeel, hoge personeelskosten en complexe regelgeving. AFNL pleit voor een beter functionerende arbeidsmarkt die ruimte biedt aan vaste dienstverbanden. Concrete voorstellen zijn het verkleinen van de kloof tussen bruto en netto loon (de WIG), afschaffing van de tweejarige loondoorbetalingsplicht bij ziekte, versoepeling van het ontslagrecht en een heldere definitie van het verschil tussen werknemer en zelfstandige. De federatie wil een landelijke Bouwplaats-ID om veiligheid, toezicht en gelijk loon voor gelijk werk te bevorderen en schijnconstructies te voorkomen. AFNL roept ook op tot structurele ondersteuning voor een sterke leercultuur binnen mkb-bedrijven. Er moet worden geïnvesteerd in regionale vakopleidingen, het behoud van kleinschalige en bedreigde opleidingen, promotie van bouw- en infratechnisch onderwijs en extra stimulering van zij-instromers. Vakmanschap moet worden gekoesterd en actief worden ontwikkeld. SAMEN INNOVEREN De bouwsector moet nauwer samenwerken met overheidsinstanties, kennisinstituten en opdrachtgevers om innovatieve oplossingen te ontwikkelen voor toekomstige uitdagingen. De Aannemersfederatie vraagt om investeringen in kennis en innovatie, deskundigere overheidsopdrachtgevers en aanbestedingen die niet alleen naar prijs kijken, maar naar kwaliteit en innovatieve waarde. Ook pleit de federatie voor eerlijke kansen voor mkb-bedrijven bij aanbestedingen en een infrastructuur die op orde is. Voor een klimaatbestendig en circulair Nederland zijn mkb-aannemers onmisbaar. De federatie pleit voor investeringen in energie-infrastructuur (ook tijdelijk op bouwplaatsen), ondersteuning bij circulaire en biobased bouw, het stimuleren van hergebruik van materialen en realistische, gezamenlijke plannen om efficiënter en duurzamer te bouwen. De overheid moet bij aanbestedingen het goede voorbeeld geven en ruimte bieden voor circulaire oplossingen. 6 BOUWBELANG | NUMMER 4 - 2025 Nieuws en achtergronden kunnen, eventueel voorzien van foto (digitaal beeld minimaal 300 dpi), worden gestuurd naar: redactie@bouwbelang.com of naar: Nederlandse HandelsUitgaven, Postbus 2273, 7420 AG Deventer NIEUWS
Ontwerp-Nota Ruimte: 131 grootschalige woningbouwlocaties Om de woningnood op te lossen worden 131 nieuwe, grootschalige woningbouwlocaties aangewezen, waarvan vier nationaal en 127 regionaal. Dat blijkt uit de Ontwerp-Nota Ruimte die dit najaar is gepresenteerd door het kabinet. Naast het aanwijzen van 131 nieuwe woningbouwlocaties staat Nederland voor grote ruimtelijke opgaven op onder meer het gebied van bereikbaarheid, energie, defensie, economie, landbouw en natuur. “We staan als land voor enorme opgaven die vragen om nationale richting en keuzes. Maar de ruimte is schaars en kunnen we maar één keer goed verdelen. Daarbij willen we dat Nederland herkenbaar blijft voor haar inwoners, maar niet alles blijft bij het oude. We kunnen immers niet stil blijven staan. Hierbij telt elke regio, want we hebben alle regio’s nodig bij de opgaven in de fysieke leefomgeving. We schuiven problemen niet zondermeer door naar elders of toekomstige generaties en streven naar een rechtvaardige verdeling van de lusten en lasten”, aldus minister Mona Keijzer (VRO) bij de presentatie van de Ontwerp-Nota Ruimte met daarin de nationale ruimtelijke keuzes en richtingen voor Nederland voor de periode tot 2050. VIER THEMA’S De Ontwerp-Nota Ruimte ordent de verschillende beleidskeuzes binnen vier thema’s: 1. Wonen, werken en bereikbaarheid. 131 nieuwe, grootschalige woningbouwlocaties en ruimte voor de ontwikkeling van kleinschalige en middelgrote woningbouwlocaties. In totaal ruim 1 miljoen woningen tot 2035. 2. Economie en energie. Prioriteit aan de forse uitbreiding en verzwaring van de energie-infrastructuur. Grote energieclusters, zoals de Rotterdamse haven en Chemelot, zijn expliciet aangewezen als ‘van nationaal belang’. Verder dragen ontwikkelingen van Defensie niet alleen bij aan onze veiligheid, maar ook aan regionale economisch kansen. 3. Landbouw en natuur. Zorgvuldig omgaan met het onttrekken van landbouwgrond voor andere functies. Verder biodiversiteit en natuurkwaliteit herstellen, met een focus op meervoudig ruimtegebruik. Bijvoorbeeld door combinaties met ruimte voor de rivieren of oefengebieden van Defensie. 4. Water en bodem. Bodemherstel, dijken versterken, rivieren meer ruimte geven en drinkwaterbronnen beschermen. Zo is Nederland voorbereid op klimaatverandering en zeespiegelstijging, meer neerslag, hitte en droogte, verzilting en bodemdaling. 7 NUMMER 4 - 2025 | BOUWBELANG
8 BOUWBELANG | NUMMER 4 - 2025 ■Uit de Arbeidsongevallenmonitor van de Arbeidsinspectie blijkt dat uitzendkrachten vaker betrokken zijn bij arbeidsongevallen dan werknemers die in vaste dienst zijn. Het meest voorkomende ongevalstype is vallen. De Arbeidsinspectie heeft vorig jaar 1.990 onderzoeken naar arbeidsongevallen afgerond. Het gaat om arbeidsongevallen die werkgevers verplicht moeten melden, omdat Uitzendkrachten relatief vaak betrokken bij arbeidsongeval er sprake is van ziekenhuisopname, blijvend letsel of overlijden. Bij de onderzoeken waren 2.001 slachtoffers betrokken, waarvan 58 personen zijn overleden. Omdat niet alle ongelukken bij de Inspectie worden gemeld, ligt het werkelijke aantal arbeidsongevallen een stuk hoger. Sommige sectoren hebben vaker te maken met arbeidsongevallen. Vooral in de Industrie, Bouwnijverheid, Handel en Vervoer en Opslag gebeuren veel ongelukken. Als rekening wordt gehouden met de omvang van een sector dan zijn er behalve in deze sectoren, ook relatief veel ongevallen bij Waterbedrijven en Afvalbeheer. Dit beeld is vergelijkbaar met voorgaande jaren en laat zien dat werknemers in deze sectoren een verhoogd risico hebben op een arbeidsongeval. KWETSBARE UITZENDKRACHTEN Uit de Arbeidsongevallenmonitor blijkt ver- ■Het kabinet neemt nieuwe maatregelen om meer woningen sneller en goedkoper te bouwen. De geluidsnormen worden langs spoorwegen niet strenger. De technische vergunning- en meldingsplicht vervalt voor woningen met een erkende kwaliteitsverklaring. En bezwaar- en beroepsprocedures worden sneller afgehandeld. Dat maakte minister Keijzer (VRO) onlangs bekend in een brief aan de Tweede Kamer als reactie op het adviesrapport STOER. Het programma STOER (Schrappen Tegenstrijdige en Overbodige Eisen en Regelgeving) is vorig jaar gestart om de regeldruk te verminderen zodat woningbouw sneller, goedkoper en voorspelbaarder wordt. Keijzer: ‘We hebben een groot woningtekort in Nederland, waardoor het voor starters, gezinnen en kwetsbare groepen steeds moeilijker is om een betaalbaar en passend huis te vinden. Woningbouw is te complex geworden door de vele regels, lange procedures en stijgende kosten. Daarom heb ik een externe adviesgroep gevraagd om met concrete voorstellen te komen die de regeldruk vermindeKabinet vermindert regeldruk woningbouww ren.’ Het kabinet wil het meerendeel hiervan overnemen. MEER WONINGEN Om de bouw van meer woningen te stimuleren stelt het kabinet onder meer deze vijf maatregelen voor: het makkelijker en goedkoper maken van bouwen door geluidsnormen langs het spoor niet te verhogen, duidelijke landelijke afspraken te maken over water en bodem, nutsvoorzieningen tijdig beschikbaar te hebben, de flora- en faunaprocedures te vereenvoudigen en de knelpunten bij spuitzones en natuurregels aan te pakken. Spoorzones zijn interessante bouwlocaties vanwege de goede bereikbaarheid, maar steeds strengere geluidsnormen hinderen de woningbouw. De besluitvorming over strengere geluidsnormen langs sporen gaat niet door. Bij het bouwen van woningen wordt meer rekening gehouden met water en bodem. Om het bouwen in gebieden die kwetsbaar zijn voor wateroverlast voorspelbaarder te maken, komt hier een uniforme norm voor. Om woningen bewoonbaar te maken zijn energie en drinkwater nodig. Daarom werkt het kabinet aan het garanderen van de beschikbaarheid van drinkwater en het aanpakken van netcongestie. De flora en fauna verdient bescherming, maar door ingewikkelde procedures duurt het lang om vergunningen voor woningbouw en renovatie te krijgen. Het kabinet onderzoekt of dit proces versneld kan worden. GOEDKOPER BOUWEN STOER stimuleert ook het goedkoper maken van de woningbouw door versoepeling van bouwtechnische eisen, gratis toegang tot bouwnormen (Bbl), meer ruimte voor fabrieksmatig bouwen en digitalisering en standaardisering in de bouw. De versoepeling van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt in het voorjaar van 2026 aan de Kamer voorgelegd. Hiermee komen soepelere regels voor trappen, plafondhoogte en het geluid tussen ruimten. Dit leidt tot lagere bouwkosten zonder de veiligheid en gezondheid uit het oog te verliezen. Nog dit najaar zijn de NEN-normen, die in de bouwregelgeving (Bbl) zijn aangewezen, gratis online in te zien. Daarnaast vervalt de vergunning- en meldingsplicht voor de tech-
GERT BOLINK is sectormanager Bouw & Infra bij aaff Een gebouw neerzetten van hergebruikte materialen klinkt logisch en duurzaam. Maar in de praktijk? Dan blijkt dat je met goede bedoelingen alleen niet ver komt. Vergunningen lopen vast, bouwregels sluiten niet aan. En dan hebben we het nog niet over de keten zelf: die is vaak allesbehalve op samenwerking ingericht. Zonder vertrouwen geen voortgang. In materialen, in processen, maar vooral: in elkaar. De bouwsector is een traditionele markt met soms trage veranderingen. Het volledig omzetten naar circulaire principes vereist een grote transformatie in de hele keten, van ontwerpers en fabrikanten tot bouwers en afvalbeheerders. Zo blijft waardevolle bouwstof liggen: letterlijk. Puzzelstukjes moeten samenkomen Je ziet dat de keten versnipperd is. Aannemers, slopers, architecten, gemeenten: allemaal hebben ze een rol. Maar vaak niet het overzicht. En dat terwijl circulariteit vraagt om regie, om het durven loslaten van klassieke denkwijzen. Want je moet wel durven om een ontwerp te maken op basis van materialen die je mogelijk nog niet hebt, of misschien de planning aan te passen aan wat er straks beschikbaar is. En dat maakt het spannend. Er beweegt echter iets. We zien steeds vaker ondernemers die wél durven. Zoals een bouwbedrijf dat hergebruikte bakstenen toepast bij een renovatie van een oud gebouw, waarbij de robuuste uitstraling behouden bleef. Niet altijd een makkelijke route, maar wel een flinke besparing op materiaal en CO - uitstoot. Toch zijn er kansen Toch zien wij bij aaff ook kansen. We helpen ondernemers om stappen te zetten. Niet alleen de voorlopers, maar juist ook degenen die nog twijfelen. Want investeren in circulaire bouwprojecten gebeurt niet alleen uit idealisme, maar steeds vaker omdat wet- en regelgeving meer richting circulair dwingt. En denk ook aan al die subsidies die blijven liggen. Ze lossen het probleem niet op, maar kunnen duurzame en efficiënte bouwtechnieken wel een zetje geven. Dus: ja, het is ingewikkeld. Maar wie zegt dat toekomstbestendig bouwen makkelijk is? Mijn boodschap aan bouwbedrijven en ontwikkelaars: ga het gesprek aan. Zoek bondgenoten en laat je goed adviseren. Kijk wat wél kan. Waarom blijft hergebruik nog zo ingewikkeld? FISCALE TIPS 9 NUMMER 4 - 2025 | BOUWBELANG NIEUWS nische bouwactiviteit bij woningen die een erkende kwaliteitsverklaring hebben voor bouwen en montage op de bouwplaats. Hierdoor kan sneller en goedkoper in serie gebouwd worden. SNELLER BOUWEN Om bij te dragen aan sneller bouwen, stelt het kabinet onder meer een snellere afhandeling van bezwaar- en beroepsprocedures voor, net als voorrang voor beroepszaken. Ook moet er meer uitvoeringskracht bij gemeenten en provincies komen en gewerkt worden aan snellere en slimmere onderzoeken. Milieueffectrapportages (MER) en archeologisch onderzoek moeten pragmatischer ingericht worden. (Foto:Canva) der dat uitzendkrachten vaker betrokken zijn bij arbeidsongevallen dan werknemers die in vaste dienst zijn. Bij 18 procent van de onderzochte ongevallen was het slachtoffer een uitzendkracht, terwijl zij ongeveer 4 procent van de werkende beroepsbevolking vormen. In sommige sectoren, zoals de Industrie, is dit verschil nog groter. Daar is bijna een kwart van de slachtoffers een uitzendkracht, terwijl hun aandeel in deze sector op 8 procent wordt geschat. Het is daarom belangrijk dat zowel inlenende bedrijven als uitzendbureaus aandacht hebben voor veilige arbeidsomstandigheden bij uitzendkrachten. MINDER VAAK, MAAR WEL ERNSTIGE ONGEVALLEN De monitor kijkt dit keer ook naar type ongevallen die minder vaak voorkomen, maar niet minder ernstig zijn. Dit zijn arbeidsongevallen door vuur, brand, explosie of elektriciteit, contact met mensen of dieren, zware lichamelijke inspanning en situaties waarbij mensen bedolven raken, verdrinken of last krijgen van decompressie. Tussen 2020 en 2024 waren er 450 meldingen van dit type ongevallen. Dat is ongeveer 6 procent van alle geregistreerde meldingplichtige arbeidsongevallen.
10 BOUWBELANG | NUMMER 4 - 2025 GEEN POLITIEK GEHOOR VOOR BREED GEDRAGEN INVOERING VAN BOUWPLAATS-ID “Afwijzing van registratieplicht onbegrijpelijk” Ondanks de brede steun voor de verplichte invoering van de Bouwplaats-ID vanuit werkgeversorganisaties en vakbonden, wijst demissionair minister Mariëlle Paul van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze verplichting van de hand. Ook aan een voorgestelde pilot wil ze geen medewerking verlenen. “Onbegrijpelijk”, zo reageren Aannemersfederatie Nederland Bouw & Infra en vakbond FNV Bouwen & Wonen gezamenlijk. Zij eisen dan ook dat het kabinet alsnog direct werk maakt van een verplichte registratie op bouwplaatsen. In een brief aan de Tweede Kamer liet minister Paul een dag na de verkiezingen weten dat een allesomvattende Bouwplaats-ID volgens haar ‘niet proportioneel’ is. Betrokken partijen in de bouw kunnen volgens haar kijken naar een eigen systeem met een beperktere reikwijdte en zonder wettelijk verplicht karakter. Een stevige argumentatie ontbreekt om een inbreuk op de privacy van werkenden en andere betrokkenen te rechtvaardigen, aldus de minister. “Het argument dat de verplichte registratie ‘niet proportioneel’ zou zijn en dus te belastend lijkt er met de haren bijgetrokken. Het gaat om de wil dit goed te regelen daaraan ontbreekt het bij de politiek”, zegt FNV-bestuurder Hans Crombeen in reactie op het besluit. GEZONDE SECTOR Ook Riek Siertsema, voorzitter van AFNL wijst op het belang van de verplichting. “We moeten af van oneerlijke concurrentie. We hebben juist nu een gezonde sector nodig. We staan voor grote en belangrijke opgaven zoals woningbouw, energietransitie en de verduurzamingsagenda. Zonder een gezonde bouwsector en goed opgeleid personeel in duurzame banen komen deze opgaven niet van de grond.” Daarom staat de uitnodiging aan de minister om een keertje met eigen ogen te zien hoe het op een bouwplaats eraan toegaat, nog steeds open. “Het wordt tijd dat de minister nu echt optreedt in het belang van een eerlijke en veilige bouwsector.” GELIJK SPEELVELD Volgens de vakbonden en werkgevers, waaronder ook het CNV en Bouwend Nederland, is de Bouwplaats-ID een voorwaarde voor een gelijk speelveld in de bouwsector. “Eerlijk en veilig werken op de bouwplaats begint bij weten wie aanwezig is”, benadrukte FNV-voorzitter Dick Koerselman tijdens een eerdere gezamenlijke bijeenkomst in Nieuwspoort. Daarom werd in 2015 de Bouwplaats-ID al opgenomen in de cao, maar deze werd nooit concreet geïmplementeerd. Het aandeel zzp’ers op de bouwplaatsen overtreft dat van de cao-werknemers. “Mkbbouwbedrijven werken tegenwoordig in lange ketens van onderaanneming waarin verhoudingen onduidelijk zijn. Dit leidt tot oneerlijke omstandigheden voor deze aannemers. Bouwplaatsen waar meer dan 50 nationaliteiten aanwezig zijn, vormen geen uitzondering. Daarom is de invoering van de Bouwplaats-ID ook essentieel. Er is behoefte aan transparantie.” EINDE AAN NATTEVINGERWERK Woorden die vakbondsbestuurder Hans Crombeen en beleidsmedewerker David van Swol van AFNL onderschreven. Van Swol benadrukte dat transparantie begint bij het verzamelen van data. Dat kan eenvoudig Ondanks brede steun onder cao-partijen wordt de Bouwplaats-ID niet verplicht. (Foto: Frank de Groot)
BOUWPLAATS-ID 11 NUMMER 4 - 2025 | BOUWBELANG via de Bouwplaats-ID. Crombeen vulde aan: “Gevraagd naar het aantal actieve zzp’ers in de bouwsector noemen verschillende organisaties, waaronder het CBS en EIB andere aantallen. Alleen dat geeft wel aan hoe nodig de invoering van de Bouwplaats-ID is. Het maakt een einde aan het nattevingerwerk en schatten van aantallen.” Andere belangrijke redenen voor het FNV en AFNL zijn het aanpakken van schijnzelfstandigheid en het zichtbaar maken van de nu onzichtbare medewerkers op de bouw. “Bovendien biedt het de mogelijkheid om te controleren op certificaten en andere opleidingen zoals het Hijsbewijs.” Redenen die in 2011 voor de Aannemersfederatie al aanleiding waren om de eerste stappen richting een soortgelijke bouwplaats identificatie te zetten. HOGER PLAN De invoering van de Bouwplaats-ID tilt de sector volgens Crombeen naar een hoger plan. “Het brengt een sectorbrede standaard die zorgt voor datagedreven inzicht vanuit een gedigitaliseerd fundament. Werkgevers en vakbonden onderschrijven het belang en willen stappen zetten. Het is nu aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de politiek om thuis te geven en de sector te ondersteunen in onze ambities. Voor een verhoogde veiligheid en eerlijke positie moeten we helder hebben wie er allemaal aanwezig zijn op een bouwplaats. Door de Bouwplaats-ID in te voeren, krijgen we dat inzicht.” ‘LEER VAN ANDEREN’ Op uitnodiging van de FNV en AFNL waren Tom Deleu, algemeen secretaris van de Europese Federatie Bouw en Hout (EFBH) en Domenico Campogrande van de European Construction Industry Federation (FIEC) aanwezig. Zij gaven een toelichting op het Europese SIDE CIS-onderzoek van sociale partners naar het gebruik van social IDcards in de Europese bouwsector. Hun belangrijkste aanbeveling: er zijn verspreid over Europa veel initiatieven op dit gebied. Kijk daar goed naar en leer ervan. Voor het onderzoek zijn negentien social IDcards in zeventien landen onderzocht. Gekeken werd in hoeverre en op welke manier die kaarten zorgen voor meer transparantie en meer veiligheid op de bouwplaats. “Wie heeft toegang tot de bouwplaats en welke relevante certificaten bezit de pashouder”, zei Campogrande. VERPLICHT OF VRIJWILLIG De analyse leerde dat in sommige landen het systeem vanaf de start verplicht werd door overheden, opdrachtgever of de sector zelf, en andere op vrijwillige basis werden gelanceerd. “Daarbij hebben we ook voorbeelden gezien van systemen die vrijwillig begonnen, maar na enige tijd toch verplicht werden gesteld”, lichtte Deleu toe. Essentieel voor het succes is de politieke wil en het juridisch kader, zo blijkt ook in Europa. Hoewel het belangrijk is om de overheden aan boord te hebben, moeten de initiatieven niet ‘gekaapt’ worden. Campogrande: “Het moet in handen van de sociale partners blijven, zij moeten bepalen welke data nodig zijn en hoe deze geregistreerd worden. Governance is hierin heel belangrijk.” KLEIN BEGINNEN Tijdens een afsluitende paneldiscussie werden de belangrijkste hobbels besproken die genomen moeten worden om de Bouwplaats-ID in te voeren. De sociale partners waren het over één ding eens: alleen al om inzicht te krijgen in de vraag wie op welke bouwplaats aan het werk is, is invoering noodzakelijk. Mede daarom is het ook belangrijk om klein te beginnen. Crombeen: “Registreren is een eerste stap. Nu weten we niet eens wie waar is geweest en dat kan later voor bijvoorbeeld pensioenfondsen grote gevolgen hebben.” Vanuit de zaal kwam het aanbod om bij bestaande Nederlandse registratiesystemen, zoals de Bouwpas, te komen kijken. De sociale partners maakten duidelijk dat deze systemen wat hun betreft allemaal onderdeel kunnen worden van de Bouwplaats-ID. “We maken graag gebruik van alles wat er al op dit gebied is, maar het belangrijkste is dat we gezamenlijk van start gaan”, zo reageerde Siertsema. Riek Siertsema (rechts) naast Hans Crombeen tijdens de paneldiscussie. (Foto: Kees Stuip)
Tekst: Geert Hilferink - Foto's:Kees Stuip 12 BOUWBELANG | NUMMER 4 - 2025 DAPHNE WERMINK VERRUILT WISKUNDE VOOR KALKZANDSTEEN “Je bent echt samen iets aan het opbouwen” Wat begon als een vakantiebaantje bij haar vader in 2017, is voor Daphne Wermink uit het Friese Noordwolde uitgegroeid tot een carrière in het verlijmen van kalkzandsteenblokken. Hoewel ze na haar studie eerst nog twee jaar voor de klas stond als wiskundedocent, besloot ze alsnog voor de ruwbouw te kiezen. Een beslissing waar Daphne nog dagelijks blij mee is.
JONGE VAKVROUW 13 NUMMER 4 - 2025 | BOUWBELANG Als ik aan het werk ben, zien ze zelf wel dat ik niet onder doe voor mannelijke collega’s Op een bouwproject van hoofdaannemer Trebbe aan de Reviusstraat in Groningen manoeuvreert de 26-jarige vakvrouw behendig de kalkzandsteenblokken met een kleine kraan. Daphne – met opvallende roze bouwhelm – vormt deze dag een team met haar vader Richard, die het lijmen voor zijn rekening neemt. Soepel en nauwkeurig plaatst ze de blokken net boven de plek waar ze geplaatst moeten worden, zodat Richard de blokken definitief kan verlijmen. “We zijn hier aan het werk voor OCA uit Assen, het bedrijf van mijn oom Peter, die zelf ook op deze bouw aan het werk is”, zegt Daphne, die lachend naar een tweede bouwblok op het project wijst. “En daar is nog een neefje van me aan het werk.” Het maakt duidelijk dat de voorliefde van Daphne voor het verlijmen van kalkzandsteenblokken geen toeval is, maar door het bloed van de familie Wermink stroomt. IDEALE BIJBAAN “Na het behalen van mijn diploma van de middelbare school vroeg mijn vader wat ik ging doen in die lange zomervakantie die ik toen had. Hij stelde voor om wat bij te verdienen door hem te helpen op de bouw. Zo kwam ik in aanraking met het lijmen en met het bedienen van de kraan. Ik vond het vanaf de eerste dag leuk. Je bent echt samen iets aan het opbouwen!” Na die vakantie in 2017 begon Daphne aan de opleiding tot wiskundedocent. “Tijdens die studie had ik elke week wel een dag vrij en op die dagen ging ik dan telkens werken. Een ideale combinatie van een bijbaantje en steeds beter worden in het bedienen van de kraan tegelijk.” BOUW WINT VAN ONDERWIJS Aansluitend aan haar hbo-studie ging Daphne het onderwijs in. “Ik heb twee jaar voor de klas gestaan en wiskunde gegeven. Ik ben van huis uit gewend dat je op je werk 100 procent geeft. Dat deed ik in het onderwijs ook, maar dat betekende dat ik vaak van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat met school bezig was. Na de lessen alles voorbereiden voor de volgende dag en daarna thuis nog nakijken enzo. Dat ging me steeds meer tegenstaan.” Bovendien miste Daphne de bouw wel. “Elke dag buiten werken, vaak op andere plekken en steeds weer nieuwe gebouwen of woningen bouwen. Dat betekent soms ook erg lange dagen, maar dat vond, en vind ik nog steeds, geen probleem. ’s Ochtends om vijf uur de deur uit om naar een klus in het zuiden van het land te rijden, maar dan heb je vervolgens wel de avond voor jezelf. En aangezien ik op een boerderij woon, is daar ook altijd nog wel wat te doen.” ZWAAR WERK COMPENSEREN De kraan die Daphne bedient is een tilhulpmiddel voor kalkzandsteenlijmers, maar dat betekent niet dat het werk niet zwaar kan zijn. “Voordat ik een blok van een pallet kan tillen, moet ik het blok vaak iets verschuiven om ruimte te maken voor de klem waaraan het blok komt te hangen. Maar ook bij het positioneren moet je het blok af en toe nog een klein zetje geven en dat maakt het soms wel zwaar. Daarom werk ik ook bewust vier dagen in de week. Die vijfde dag heb ik vrij, want ik ben nog jong en wil zuinig zijn op mijn lichaam.” Maar bovenal is de jonge vakvrouw blij met haar werk. “Ja, ik voel me hier echt op mijn plek bij de kraan. Ik wil de blokken zo efficient en nauwkeurig mogelijk positioneren zodat de lijmer ze eenvoudig op hun plek kan krijgen.” Ze heeft voorlopig dan ook geen behoefte om zich toe te leggen op andere werkzaamheden. “Iedere bouw is weer anders en dat bevalt mij enorm goed.” VROUW IN DE BOUW Aan het gegeven dat ze vaak als enige vrouw op de bouw aanwezig is, is Daphne wel gewend. “Ik blijf voorlopige nog een uitzondering op de projecten waar ik kom, maar daar heb ik verder geen last van. Veel mannen op de bouwplaats vinden het juist leuk en ik krijg dan ook altijd wel opmerkingen, bijvoorbeeld over mijn roze bouwhelm. Niet vervelend hoor, als dat wel zo zou zijn, krijgen ze het wel te horen”, zegt Daphne lachend.
JONGE VAKVROUW 14 BOUWBELANG | NUMMER 4 - 2025 Ik ben nog jong en wil zuinig zijn op mijn lichaam Toch zijn er nog volop vooroordelen, zo heeft ze ervaren. “Zo meldde ik me een keer ’s ochtends in de keet en begroette iedereen. Vervolgens kreeg ik de vraag of ik kwam schoonmaken. Nee hoor, ik kom lijmen vandaag, zei ik. Dat antwoord hadden ze niet verwacht. En als ik aan het werk ben, zien ze zelf wel dat ik niet onder doe voor mannelijke collega’s.” ZORGVULDIG WERKEN Peter Wermink is ondertussen even een kijkje komen nemen bij zijn nichtje en broer. “Daphne heeft een eigen manier van werken en pakt iedere klus zorgvuldig aan. Ze bereid haar werk goed voor en controleert regelmatig op de werktekeningen welke stappen genomen moeten worden. Dat werkt voor mij als opdrachtgever prettig omdat ik er op kan vertrouwen dat het werk goed wordt uitgevoerd”, zegt Peter, tevens bestuurslid van brancheorganisatie Gebouwschil Nederland (GNL). Ook vader Richard werkt graag samen met zijn dochter. “Er zijn genoeg projecten waarop we niet samenwerken, maar als je dan af en toe een dag samen met je dochter mag lijmen, is dat leuk. We kennen elkaar natuurlijk goed en Daphne en ik weten allebei hoe we het willen. Dan kun je goed samenwerken.” Over haar positie als vrouw in de bouw zegt Richard: “Daphne redt zich prima, maar de bouw is allesbehalve geëmancipeerd. Het kan overigens ook voordelen hebben, want als ik iets moet hebben, vraag ik het vaak aan Daphne om op te halen. In negen van de tien gevallen worden die spullen dan wel even door één van de mannen gehaald en hoeven we het beide niet te doen.” LEUK OM TERUG TE GAAN Kalkzandsteenlijmers zitten standaard in de beginfase van elk bouwproces. Zodra de vloerplaten liggen kunnen zij de blokken lijmen en daarmee de contouren van de wanden en ruimtes optrekken. “Als wij klaar zijn en naar een volgend project gaan, gaat de bouw verder tot aan de uiteindelijke oplevering aan toe. Ik vind het af en toe leuk om dan later een keer terug te gaan om te kijken hoe het er uiteindelijk uitziet. Als wij klaar zijn met ons werk, heb je daar nog geen idee van.”
PROJECT MONTAGE VAN BETON EN CLT GAAN GELIJKOP Houten hoogbouw voor de middenhuur Tekst: Hans Fuchs Hoogbouw in hout heeft de wind mee. Eerder dit jaar leverde woningcorporatie Woonstad Rotterdam Valkensteyn op, een hybride houten galerijflat met 82 huurwoningen. NBVT-lid Linkwood re-engineerde de houtconstructie en zette een all electric supply chain op voor de levering van het kruislaaghout en glulam. Het bedrijf deed ook de montage – van het hout én het prefab beton. Corporaties, bouw nou eens in 'het nieuwe beton'. Die oproep deed VPRO-programma Tegenlicht in 2019 in de documentaire Houtbouwers. Boodschap van de film: voor een duurzame aanpak van de Nederlandse woningbouwopgave heeft hout de beste papieren. De grondstof is hernieuwbaar, slaat als bouwdeel CO op – en met CLT kun je ook de hoogte in. De uitzending was de vonk die binnen Woonstad Rotterdam de bouw van Valckensteyn op gang bracht, een houten flatgebouw met 82 middenhuurwoningen in de Rotterdamse wijk Pendrecht. Hoogbouw in hout, in 2019 was het voor Woonstad Rotterdam – en overige corporaties en ontwikkelaars – ‘terra incognita’, vertelt Robbert Groeneveld. Als senior projectmanager was Groeneveld binnen Woonstad van meet af aan bij Valckensteyn betrokken: “Omdat destijds nog niet helemaal zeker was of dit project in hout haalbaar was, stelden we bij de architectenselectie Houtbouw is industrieel bouwen. (Foto: Koen Meershoek, Woonstad Rotterdam) Valckensteyn is een hybride houtbouw met een centrale betonkern. (Foto: Woonstad Rotterdam) 15 NUMMER 4 - 2025 | BOUWBELANG
Losmaakbaar en gasloos Valckensteyn heeft een centrale betonkern met liften en trappen voor de stabiliteit, met ter weerszijden twee verspringende gebouwvleugels van acht en twaalf lagen hoog. Op de begane grond hebben die vleugels een betonnen tafelconstructie. Daarboven bevindt zich een constructie van prefab vloer- en wandelementen uit kruislaaghout (Cross Laminated Timber) en kolommen en liggers uit glulam. Aan de gevel heeft Valckensteyn prefab hsb-elementen. CO -opslag van het houten woongebouw: 1.718 ton. Valckesteyn is losmaakbaar, het hout is herbruikbaar. De 82 middenhuurwoningen in Valckensteyn zijn gasloos, hebben vloerverwarming en zijn aangesloten op stadswarmte. De tussenwoningen zijn 69 vierkante meter groot, de woningen op de koppen meten 75 vierkante meter. Bij de liften bedraagt de woninggrootte 67 vierkante meter. PV-panelen op het dak leveren de energie voor liften en algemene verlichting. Bij houtbouw kun je aan verschillende knoppen draaien om het haalbaar te maken als voorwaarde dat de plannen naar beton terug te katten moesten zijn.” Van de drie ontwerpen uit de architectenselectie zag Woonstad het meeste in het plan van Powerhouse Company. Groeneveld: “Het had de beste papieren wat betreft de uitvoering, was flexibel in de enveloppe en bezat een sterke referentie naar Pendrecht, de beroemde wederopbouwwijk van Lotte StamBeese.” Die referentie zat vooral in de hoofdvorm van Valckensteyn. Powerhouse Company nam in de houten galerijflat de contour over van het betonnen wooncomplex dat ooit op exact dezelfde plek stond: het Valckensteyngebouw uit 1971 van architect Antoon van Kranendonk. Die flat herbergde tweehonderd woningen in twee ongelijk hoge, verspringende vleugels van tien en veertien verdiepingen, aan de uiterste zuidrand van Pendrecht. Powerhouse hield vast aan die hoofdvorm, maar schaalde het nieuwe Valckensteyn af naar acht en twaalf lagen. BETER, HAALBAAR EN BETAALBAAR Linkwood leverde en monteerde de complete massief houten constructie uit kruislaaghout en glulam waaruit de flat van Woonstad Rotterdam werd opgetrokken. Het Vlaardingse bedrijf was er vanaf de tenderfase bij, meldt Linkwood-oprichter Hans Houweling: “Er was destijds in Nederland weinig kennis over met name massiefhoutbouw. In Oostenrijk vonden we een goede, internationaal opererende producent van CLT en glulam.” Dat bedrijf leverde ook de houtconstructeur voor Valckensteyn. Met hem en Pieters Bouwtechniek re-engineerde Linkwood het ontwerp van Valckensteyn en maakte het gebouw naar de woorden van Houweling 'beter, haalbaar en betaalbaar'. Het leverde drie cruciale constructieve verbeteringen op: “Bij houtbouw kun je aan verschillende knoppen draaien om het haalbaar te maken. Bij Valckensteyn ging de aanvankelijk in beton gedachte draagconstructie van de kopgevels naar hout. Zo konden we toe met een veel lichtere fundering. In het oorspronkelijke plan hadden de kopwoningen ook nog een bredere beukmaat. Alle vloeren in Valckensteyn waren gedimensioneerd op die brede beuk. Door de kopwoningen de beukmaat te geven van de smallere tussenwoningen konden we door het hele gebouw de vloerdiktes reduceren. Dat scheelde vijftien procent aan hout in de vloeren. Daarnaast zorgden we ervoor dat de appartementen meer stabiliteit konden opnemen, door de wanden en vloeren als in een puzzel in elkaar te leggen. En we kozen in het hele ontwerp voor standaarddetailleringen.” HOUT EN BETON GAAN GELIJKOP De montage van Valckesteyn ging na de winter van 2023 van start. In week 36 begon het heiwerk voor de fundering, aansluitend werd de betonnen tafelconstructie van de begane grond en de eerste verdieping gerealiseerd. Vanaf de eerste verdieping zijn de twee vleugels van Valckensteyn opgetrokken uit hout. Hans Houweling: “We zijn met de hoge vleugel van twaalf lagen begonnen. Daarbij ging de montage van de prefab betonnen kern gelijk op. In ons acht man sterke montageteam zitten specialisten wat betreft hout, maar ook op het gebied van prefab beton. Voordeel van dat prefab beton; veel stelruimte, namelijk twee centimeter. Bij massief hout is dat één millimeter. Wanneer je stapelt heb je geen stelruimte; beton en hout tegelijk doen maakte alles veel simpeler.” Voor de aanlevering van de prefab delen (vloeren, wanden, liggers, kolommen en woDe montage van de houten verdiepingen ging gelijk op met de opbouw van de prefab betonnen kern. (Foto: Koen Meershoek, Woonstad Rotterdam) 16 BOUWBELANG | NUMMER 4 - 2025
PROJECT Eisen Bij Valckensteyn golden niet alleen eisen aan akoestiek en brandveiligheid, Woonstad keek ook naar verhuurbaarheid en beheer en onderhoud. Binnen moesten de woningen omwille van de verhuurbaarheid ‘zo gewoon mogelijk’ zijn. Dat betekende: geen hout in het zicht. Alle wanden en plafonds van de middenhuurwoningen kregen een afwerking met gips. Dat gips draagt ook bij aan de akoestiek en de brandveiligheid, vertelt Robbert Groeneveld van Woonstad Rotterdam: “Voor de brandveiligheid vereiste de gemeente een dubbeldikke laag gips van twee keer achttien millimeter. De prefab woningscheidende wanden in Valckensteyn kregen aan één zijde een verende voorzetwand met gips vanuit de fabriek mee.” Ook het hout draagt in Valckensteyn bij aan de brandveiligheid. De inbrandtijd van de houtconstructie bedraagt negentig minuten. Met gips erbij is de brandveiligheid ruim meer dan 120 minuten. In Valckensteyn bleef alleen buiten enig hout in het zicht - aan de onderzijde van de balkons en de galerijen. “Het sterke aan het ontwerp is dat deze onderkanten zeer beeldbepalend zijn en je dus echt goed ziet dat je voor een houten gebouw staat”, zegt Groeneveld. Op de begane grond kreeg Valckensteyn een gevelbekleding uit Jura-steen. Vanaf de eerste verdieping zijn vezelcementplaten aangebracht, omwille van onderhoud, maar ook vanwege de onbrandbaarheid van dit product. Onze oproep aan het mkb bouw: kom met informatie over nieuwe duurzame materialen en technieken ningscheidende wanden) zette Linkwood een all electric supply chain op. Houweling: “Het hout werd vanuit Oostenrijk per trein naar Moerdijk gebracht. Vandaar ging het met elektrisch transport over de weg naar de bouwplaats.” Het montageteam realiseerde één wind- en waterdichte verdieping per week. Daarna kon de afbouw meteen verder, aldus Houweling: “Omwille van de akoestiek zijn de vloeren voorzien van een smeerlaag (cementdeklaag). Die ondervloer levert ook massa voor de stabiliteit.” DUURZAAMHEID EN OPDRACHTGEVERSCHAP Met Valckensteyn kan Woonstad Rotterdam zijn duurzaamheidsambities waarmaken, stellen adviseur circulariteit en klimaatadaptatie Carlijn Stoof en senior adviseur portefeuillemanagement duurzaamheid Dictus Miedema: “De duurzaamheidsstrategie van Woonstad heeft drie pijlers: de energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit. Van ons woningbestand is 22 procent inmiddels gasloos. Valckensteyn ondersteunt het behalen van de twee laatste doelen en helpt ons als organisatie richting Paris Proof bouwen.” Woonstad gaat stapsgewijs richting Paris Proof, in realistisch haalbare stapjes, aldus Stoof: “Daarbij laten we het als opdrachtgever voor een deel aan de markt over. Onze oproep aan het mkb bouw: kom met informatie over nieuwe materialen en technieken. Als het om duurzaamheid gaat hebben wij de wijsheid niet alleen in pacht. De kennis en de innovaties komen ook bij de leveranciers vandaan. Dat maakt de rol van het mkb bouw bij het verduurzamen van de bouw relevant; zij zijn de brug tussen de leverancier en ons.” De balkons en galerijen van Valckensteyn liggen op de glulam liggers. (Foto: Linkwood) 17 NUMMER 4 - 2025 | BOUWBELANG
HEMWEGCENTRALE IN AMSTERDAM Slim en schoon slopen Tekst: Hans Fuchs - Beeld: Vattenfall In 2021 begon Veras-lid Lek Sloopwerken aan de sloop van de Amsterdamse Hemwegcentrale, samen met MNE en Vermeulen Contractors. Nagenoeg alle materialen, grondstoffen en installaties uit de centrale zijn gerecycled of hergebruikt. Veel is al verdwenen, maar pas in de herfst van 2026 is de Hemwegcentrale in het Amsterdamse havengebied volledig ontmanteld. Op het terrein staat nu nog het stalen statief van het ketelhuis. Ook de funderingen van de voormalige kolencentrale liggen er nog. Als in september volgend jaar ook die twee onderdelen van de centrale gedemonteerd en gesloopt zijn, hebben Lek Sloopwerken, MNE en Vermeulen Contractors er een sloopklus van dik vijf jaar op zitten. De drie bedrijven zijn voor het project verenigd in de Amoveer Combinatie Groene Hart (ACGH). Voor het verwijderen van de funderingen moet eerst de scrapyard op locatie leeg zijn, vertelt Wadim de Boer van Lek Sloopwerken. Als projectleider van de ACGH was hij de afgelopen jaren dagelijks op het Hemwegterrein te vinden. De scrapyard waar De Boer het over heeft, geeft een indruk van de schaal van het sloopproject; de schrootopslag op het terrein van de centrale is 80.000 vierkante meter groot. WINDPROGNOSES Als het gaat om de highlights van de sloop noemt De Boer als eerste de ontmanteling van de 175 meter hoge schoorsteen. De ACGH demonteerde de door Amsterdammers ooit tot Wolkenfabriek omgedoopte schoorsteen in juni van dit jaar. Van boven naar beneden en met een kraan van een omvang die in Nederland door kraanbedrijf Sarens nog niet eerder in deze configuratie was opgebouwd. Gieklengte: tweehonderd meter met aan die giek een betonschaar annex vergruizer met Powerpack die op afstand werd bediend. Daarbij crushte de vergruizer het beton naar binnen, zodat het door de schoorsteen naar beneden viel. De Boer: “Om de ontmanteling veilig te kunnen uitvoeren vroegen we bij de beheerder-eigenaar van windmolens in de buurt de windprognoses op voor de periode waarin de sloop was ingepland. Boven windkracht vier konden we niet werken. De verwachting was dat we twaalf weken over de sloop van de schoorsteen zouden doen, maar we hadden geluk met het weer; het werden er uiteindelijk zes.” ENERGIEHUB Energieleverancier Vattenfall is eigenaar van de Hemwegcentrale. Projectmanager Herman de Weerd van Vattenfall kwam in Wadim de Boer (links) en Herman de Weerd. (Foto: Kees Stuip) De sloop van de voormalige kolencentrale nam vijf jaar in beslag. 18 BOUWBELANG | NUMMER 4 - 2025
PROFIEL 2021 bij het projectteam voor de sloop: “De centrale is in 2019 gesloten. Dat werd ingegeven door de klimaatdoelen van de stad Amsterdam en de energietransitie waarin we de overstap maken van fossiele naar hernieuwbare energiebronnen.” Als de sloop van de centrale volgend jaar is afgerond, opent zich voor het terrein aan de Hemweg een nieuwe toekomst, aldus De Weerd: “We plannen er een energiehub. De definitieve invulling staat nog niet vast; er is als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen veel veranderd in de wereld, ook op het gebied van duurzame energiebronnen.” 98 PROCENT GERECYCLED De sloop van de Hemwegcentrale moest duurzaam, verantwoord en veilig gebeuren, vertelt De Weerd: “Daarnaast keken we naar de opbrengst; wat zit er aan materialen, installaties en grondstoffen in de centrale. En waar kunnen we die kwijt?” Als voorbeeld haalt De Boer het betonpuin en het staal uit de centrale aan: “Voor de bijna 42.000 ton betonpuin waren meerdere partijen in de markt. New Horizon Urban Mining herwint met een speciale techniek het cement terug uit het beton. KB Segro breekt het betonpuin tot een fractie die wordt ingezet als grindvervanger voor nieuw beton.” Het staal in de Hemwegcentrale is in principe oneindig herbruikbaar èn gewild, aldus De Boer: “Het 3B-staal gaat naar Tata Steel in IJmuiden. Andere metalen zoals koper, rvs, aluminium en titanium gingen bij metaalrecycler HKS door de shredder en werden geëxporteerd binnen Europa en naar Turkije.” Zo is uiteindelijk 98 procent van alle vrijgekomen stoffen gerecycled, meldt MNE op zijn website. INVENTARISATIE Om de vinger achter de kosten van de operatie te krijgen, deed Vattenfall voor de aanbesteding van de sloop een marktconsultatie bij zes partijen. De Weerd: “Daarna konden we met een pre-bestek de markt op. Van de elf bedrijven die inschreven rolde uit onze matrix een selectie van vijf bedrijven. In die matrix keken we onder meer naar de certificeringen, naar de circulariteit, de VGM en de LTIF op de projecten van de inschrijvers.” Vergeven werd het werk uiteindelijk aan Lek Sloopwerken, MNE en Vermeulen Contractors. Voorafgaand aan de sloop deden Vattenfall en Lek Sloopwerken aan de Hemweg een inventarisatie van installaties, materialen en grondstoffen. De Boer: “Vattenfall leverde de nodige bestektekeningen aan. Om inzicht te krijgen in de te verwachten afvalstromen en bruikbare materialen, en daarmee in de kosten en opbrengsten, controleerden wij die tekeningen nauwkeurig en brachten we in kaart waar en in welke vorm installaties, materialen en grondstoffen in het gebouw aanwezig waren.” SPOOKHUIS Aan de sloop van de centrale ging het ‘schoonmaken’ vooraf, vertelt De Weerd: “Bij dat schoonmaken haalden we 2.800 ton vliegas uit het complex, 1.900 ton gips, 23 categorieën ACGH stelde een lijst op van 23 categorieën aan machines, installaties en grondstoffen die uit de Hemwegcentrale kwamen. Een kleine greep: 38.186 ton ijzer ging naar HKS/ Overdie; 42.000 ton betonpuin naar New Horizon Urban Mining, Dura Vermeer, B-Next en KB Segro; 810 zonnepanelen werden aangekocht door een handelaar in tweedehands PV-panelen en 6.000 vierkante meter bestrating werd opgekocht door Van Someren Bestrating. Om de ontmanteling van de schoorsteen veilig te kunnen uitvoeren vroegen we de windprognoses op voor de periode waarin de sloop was ingepland Een vergruizer crusht het beton naar binnen, zodat het door de schoorsteen naar beneden valt. In het ketelhuis werd zoveel mogelijk machinaal gesloopt in verband met de veiligheid. 19 NUMMER 4 - 2025 | BOUWBELANG
www.bouwbelang.comRkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=