BOUWPLAATS-ID 11 NUMMER 4 - 2025 | BOUWBELANG via de Bouwplaats-ID. Crombeen vulde aan: “Gevraagd naar het aantal actieve zzp’ers in de bouwsector noemen verschillende organisaties, waaronder het CBS en EIB andere aantallen. Alleen dat geeft wel aan hoe nodig de invoering van de Bouwplaats-ID is. Het maakt een einde aan het nattevingerwerk en schatten van aantallen.” Andere belangrijke redenen voor het FNV en AFNL zijn het aanpakken van schijnzelfstandigheid en het zichtbaar maken van de nu onzichtbare medewerkers op de bouw. “Bovendien biedt het de mogelijkheid om te controleren op certificaten en andere opleidingen zoals het Hijsbewijs.” Redenen die in 2011 voor de Aannemersfederatie al aanleiding waren om de eerste stappen richting een soortgelijke bouwplaats identificatie te zetten. HOGER PLAN De invoering van de Bouwplaats-ID tilt de sector volgens Crombeen naar een hoger plan. “Het brengt een sectorbrede standaard die zorgt voor datagedreven inzicht vanuit een gedigitaliseerd fundament. Werkgevers en vakbonden onderschrijven het belang en willen stappen zetten. Het is nu aan het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de politiek om thuis te geven en de sector te ondersteunen in onze ambities. Voor een verhoogde veiligheid en eerlijke positie moeten we helder hebben wie er allemaal aanwezig zijn op een bouwplaats. Door de Bouwplaats-ID in te voeren, krijgen we dat inzicht.” ‘LEER VAN ANDEREN’ Op uitnodiging van de FNV en AFNL waren Tom Deleu, algemeen secretaris van de Europese Federatie Bouw en Hout (EFBH) en Domenico Campogrande van de European Construction Industry Federation (FIEC) aanwezig. Zij gaven een toelichting op het Europese SIDE CIS-onderzoek van sociale partners naar het gebruik van social IDcards in de Europese bouwsector. Hun belangrijkste aanbeveling: er zijn verspreid over Europa veel initiatieven op dit gebied. Kijk daar goed naar en leer ervan. Voor het onderzoek zijn negentien social IDcards in zeventien landen onderzocht. Gekeken werd in hoeverre en op welke manier die kaarten zorgen voor meer transparantie en meer veiligheid op de bouwplaats. “Wie heeft toegang tot de bouwplaats en welke relevante certificaten bezit de pashouder”, zei Campogrande. VERPLICHT OF VRIJWILLIG De analyse leerde dat in sommige landen het systeem vanaf de start verplicht werd door overheden, opdrachtgever of de sector zelf, en andere op vrijwillige basis werden gelanceerd. “Daarbij hebben we ook voorbeelden gezien van systemen die vrijwillig begonnen, maar na enige tijd toch verplicht werden gesteld”, lichtte Deleu toe. Essentieel voor het succes is de politieke wil en het juridisch kader, zo blijkt ook in Europa. Hoewel het belangrijk is om de overheden aan boord te hebben, moeten de initiatieven niet ‘gekaapt’ worden. Campogrande: “Het moet in handen van de sociale partners blijven, zij moeten bepalen welke data nodig zijn en hoe deze geregistreerd worden. Governance is hierin heel belangrijk.” KLEIN BEGINNEN Tijdens een afsluitende paneldiscussie werden de belangrijkste hobbels besproken die genomen moeten worden om de Bouwplaats-ID in te voeren. De sociale partners waren het over één ding eens: alleen al om inzicht te krijgen in de vraag wie op welke bouwplaats aan het werk is, is invoering noodzakelijk. Mede daarom is het ook belangrijk om klein te beginnen. Crombeen: “Registreren is een eerste stap. Nu weten we niet eens wie waar is geweest en dat kan later voor bijvoorbeeld pensioenfondsen grote gevolgen hebben.” Vanuit de zaal kwam het aanbod om bij bestaande Nederlandse registratiesystemen, zoals de Bouwpas, te komen kijken. De sociale partners maakten duidelijk dat deze systemen wat hun betreft allemaal onderdeel kunnen worden van de Bouwplaats-ID. “We maken graag gebruik van alles wat er al op dit gebied is, maar het belangrijkste is dat we gezamenlijk van start gaan”, zo reageerde Siertsema. Riek Siertsema (rechts) naast Hans Crombeen tijdens de paneldiscussie. (Foto: Kees Stuip)
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=