Wat is de omvang van het probleem? Er is becijferd dat ongeveer een half miljoen mensen regelmatig met asbest in aanraking is geweest. Sinds 2000 hebben zich 13.500 mensen aangemeld bij het IAS. Ruim 9.500 hebben een tegemoetkoming van 25.000 euro van de SVB ontvangen en ruim 3.500 hebben via bemiddeling van het IAS een schadevergoedingen gekregen van vroegere werkgever of verzekeraar. Nog altijd melden zich jaarlijks 600 mensen. Anders dan in de Scandinavische landen is er nog geen sprake van afvlakking. In Noorwegen komen nauwelijks nog nieuwe meldingen voor. Dat komt doordat in deze Noord-Europese landen al vijftien jaar eerder dan in Nederland een algemeen verbod op toepassing van asbest gold. Als ook in Nederland al eind jaren zeventig een verbod gegolden zou hebben, waren er naar schatting 1.500 minder slachtoffers geweest. Dàt er pas in 1993 een verbod kwam is met name terug te voeren op het werkgelegenheidsargument. Daar kan lering uit getrokken worden. Emiel Rolink: Voor zowel werkgever als ex-werknemer is ziekte door asbest pijnlijk. We kunnen helaas niet teruggaan in de tijd en de situatie veranderen. Wel kunnen we door bemiddeling samen proberen verder leed te voorkomen medisch specialist. Als deze constateert dat de klachten voortkomen uit een asbestziekte, dan wijst de longarts op de mogelijkheden voor patiënten die ziek zijn geworden door asbest of gevaarlijke stoffen om zich te melden bij het IAS of ISBG. Zeker 85 procent van de mensen meldt zich bij ons aan.” Als eerste stelt IAS vast of het daadwerkelijk om asbestgerelateerde kanker (mesothelioom) of asbestose gaat. “Dan volgt een uitvoerig gesprek met het slachtoffer. Wat was de loopbaan, welk werk is er verricht en wie waren de werkgevers? Maar het is niet gezegd dat de noodlottige asbestvezels op het werk zijn ingeademd. Daarom wordt ook de geschiedenis van het leven buiten het werk onder de loep genomen. Wat zijn de hobby’s? Welke activiteiten zijn er verricht? Wat zijn de gewoonten? Waar heeft men gewoond? Er is bijvoorbeeld asbest toegepast in erfverhardingen bij boerderijen. Ook in fietspaden werd het materiaal destijds verwerkt. Verder bevragen we oudcollega’s om te achterhalen of zij de asbestblootstelling kunnen bevestigen.” SCHADEVERGOEDING Als de oorzaak van de ziekte niet werkgerelateerd is, reikt IAS het dossier over aan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) met het advies het slachtoffer een eenmalige TNS-uitkering (Tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van Asbest) toe te kennen. De SVB neemt uiteindelijk het besluit en verzorgt de uitbetaling. De hoogte van de uitkering bedraagt 25.000 euro. Ook als de oorzaak wel werkgerelateerd is, heeft het slachtoffer recht op dat bedrag in de vorm van een voorschot. Mocht er uiteindelijk een schadevergoeding komen na bemiddeling met de werkgever of de verzekeraar, dan volgt verrekening van het uitgekeerde voorschot. “Ja, want dat is de laatste stap: we gaan op zoek naar de gerede werkgever, dat is de werkgever bij wie het meest aannemelijk is dat de asbestblootstelling daar heeft plaatsgevonden. Tussen deze werkgever en het asbestslachtoffer bemiddelt het IAS voor een schadevergoeding. Doorgaans zijn werkgevers bereid er op een goede manier uit te komen. Bij asbestkanker bedraagt de schadevergoeding 80.000 euro. Bij asbestose liggen de bedragen lager, afhankelijk van de mate waarin de longen zijn aangetast. Als de werkgever destijds verzekerd was, dan betaalt de verzekeraar dat bedrag.” IETS BETEKENEN VOOR OUDWERKNEMER Dat is nogal een bedrag voor een mkb’er met hooguit tien werknemers. Stel dat er twee of drie ex-werknemers bij hem aankloppen voor een schadevergoeding, dan dreigt al snel een faillissement. Dat zou toch erg zuur zijn voor een bedrijf waar inmiddels waarschijnlijk een volgende generatie aan het roer staat. Wordt daar rekening mee gehouden? “Vooropgesteld dat bij mijn weten zoiets nog nooit is voorgekomen dat er twee tot drie van de tien werknemers de ziekte hebben opgelopen. Maar laat ik er dit over zeggen: de schadevergoedingen zijn met veel zorg en in overleg met de convenantpartijen bepaald. En dat is dus wel wat het Emiel Rolink, directeur van het IAS. GAZET | NUMMER 4 - 2025 38
RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=