BouwBelang 2 - 2026

BOUWBELANG 2 - 2026 1 Zwaarwerkregeling: "prima en doorzetten" En meer: Flexibele schil blijft noodzakelijk | Bijzonder metselwerk | Zekerheid door langjarige afspraken | Vrouwen thuis op de steiger | Circulair venster op de toekomst NR 2 / Juni 2026 Platform voor bouw & infra

Bekijk onze voorraad Ik heb snel een bedrijfswagen nodig Deze Opel Vivaro en meer dan 700+ bedrijfswagens zijn direct uit voorraad leverbaar. DE NIEUWE TK TEGELSNIJDER DE EERSTE TEGELSNIJDER MET ASYMMETRISCH GEPLAATSTE ENKELE GELEIDER. • 1.500 kg breekkracht • Breekcontrole • Perfect zicht • Snijden tot 21 mm • Ongelofelijk soepel snijden • Hoge stabiliteit • Gemakkelijk vervoeren en opvouwen rubi.com PROFESSIONALS KIJKEN VOORUIT

BOUWBELANG 2 - 2026 3 Verder in dit nummer In deze uitgave Zwaarwerkregeling prima; doorzetten en beetje verbeteren 37 Nieuw vergunningenstelsel veiliger werken met asbest 41 Meer geld voor digitale veiligheid mbk 42 Platform voor bouw & infra JAARGANG 18 NUMMER 2 juni 2026 ‘Flexibele schil blijft noodzaak’ Tijdens een werkbezoek van minister Aartsen van Werk en Participatie aan een project van Aannemingsbedrijf Van der Meer stond samenwerken met zzp’ers op de agenda. In onze grillige markt kunnen we niet zonder flexibele schil aldus de ondernemers. pagina10 Bijzonder metselwerk voor Boston en Baltimore Aan de Oude Maas in Spijkenisse werkt Aannemingsbedrijf Project aan de woontorens Baltimore en Boston. Bijzonder metselwerk siert de gevels en de onderaannemer houdt de vinger aan de pols. . pagina13 Thuis op de steigers Het is een aloud cliché: een bouwplaats zou geen geschikte werkplek zijn voor vrouwen. Steeds meer vrouwen bewijzen echter het tegendeel. Hinke Wallinga en Magda Pannekoek bijvoorbeeld. pagina19 Uitgelicht: veilig werken Onderzoek door de Arbeidsinspectie laat helaas nog steeds zien dat er verdere verbetering noodzakelijk is om veilige en gezonde arbeidsomstandigheden in de bouw te waarborgen. Maar ja, we willen even snel iets doen en denken vaak: ‘Dit zal weg goed gaan’ pagina30 In deze uitgave o.a. Doorzetten en beetje verbeteren De zwaarwerkregeling is een goede regeling, zeggen drie ondernemers die ermee te maken hebben of hebben gehad. Al plaatsen ze wel een paar kanttekening en doen ze enkele suggesties voor verbetering. pagina37      Colofon en voorwoord Riek Siertsema: Veilig gedrag 5 Actueel: 6 Ambachtelijke bouwen centraal bij Ribo 8 Wat gebeurt er 9 Zekerheid door langjarige afspraken 16 Circulair venster op de toekomst 22 Veelomvattende opdracht in bijzondere omgeving 26 Column Joost Haest: Wetsvoorstel rechtsbescherming bij aanbesteden 29 Veilig werken? Nu even niet 30 TNO opent loket Expertisecentrum Zwaar werk 33 Arbeidsinspectie op de loer 34 Column Geert Hilferink: Balanceren 36

BOUWBELANG 2 - 2026 5 Riek Siertsema is voorzitter van Aannemersfederatie Nederland Bouw & Infra Veilig gedrag Veilig werken is een thema waarvoor we als Aannemersfederatie Nederland sinds onze start veel aandacht vragen. Niet alleen omdat veilig werken de kans op ongevallen verkleint, maar ook omdat het een duurzame carrière in de bouw en infra mogelijk maakt. Veilig werken betekent bewust omgaan met je directe werkomgeving en eigen lichaam, maar ook die van je collega’s op de bouwplaats. Mede dankzij onze inzet is er in de afgelopen 15 jaar veel gebeurd. Samen met de aangesloten brancheorganisaties in onze achterban en andere partners in de bouw is gewerkt aan aanvullende richtlijnen en afspraken. Veilig werken heeft een stabiele basis gekregen in onder meer de cao Bouw en Infra en andere sectorale afspraken. Veilig werken wordt vaak in één adem genoemd met VCA. Geen officiële verplichting, maar gelukkig hebben mkb-aannemers een VCA-certificaat – en een VCA-diploma voor hun medewerkers – inmiddels als standaard gesteld. Een belangrijk doel van VCA is het vergroten van het veiligheidsbewustzijn in de sector. Een doel dat wij als AFNL natuurlijk van harte onderschrijven, maar er schuilt ook een gevaar in. Het hebben van een VCA-certificaat of VCA-diploma is één, als er niet naar gehandeld wordt, heeft het geen waarde. Veiligheid hangt nauw samen met gedrag en daar wringt de schoen nog wel eens. Dat geldt ook voor de persoonlijke beschermingsmiddelen die beschikbaar zijn. Er is veel geïnvesteerd in middelen om veilig werken mogelijk te maken. En hoewel daarvan volop gebruik wordt gemaakt, is niet elke vakman zich bewust van de risico’s die hij neemt door ze niet te gebruiken. Ook die risico’s hebben te maken met het gedrag van een vakman. Dat veilig werken voor ons anno 2026 nog steeds prioriteit heeft, bewijst de aanstelling van Salomon Stam als nieuwe beleidssecretaris vakmanschap, veiligheid en arbeidsomstandigheden. Met zijn komst blijven we onze achterban voorzien van praktische adviezen, richtlijnen en instrumenten waarmee zij veilig kunnen blijven werken. Daarbij zijn we wel afhankelijk van het gedrag van iedereen op de bouwplaats. Stop dus met stoer doen en let een beetje op elkaar. Zo maken we de bouw veilig. VOORWOORD © 2026. Nederlandse HandelsUitgaven. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatisch gegevens-bestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgever en auteurs verklaren dat deze uitgave op zorgvuldige wijze en naar beste geweten is samengesteld. Evenwel kunnen uitgever en auteurs op geen enkele wijze instaan voor de juistheid of volledigheid van de informatie. Uitgever en auteurs aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die gebaseerd zijn op bedoelde informatie. Gebruikers van deze uitgave wordt met nadruk aangeraden deze informatie niet geïsoleerd te gebruiken, maar af te gaan op hun professionele kennis en ervaring en de te gebruiken informatie te controleren. BouwBelang verschijnt vier keer per jaar in de maanden maart, juni, september en december in een oplage van 10.000 exemplaren. UITGEVER Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra De Smalle Zijde 20A, 3903 LP Veenendaal Telefoon: (0318) 544 900 E-mail: secretariaat@aannemersfederatie.nl www.aannemersfederatie.nl ONTWIKKELING EN REALISATIE Nederlandse HandelsUitgaven Keulenstraat 8J, 7418 ET Deventer Telefoon: (0570) 861007 E-mail: hugo@handelsuitgaven.nl www.handelsuitgaven.nl BLADMANAGEMENT Frank de Groot REDACTIE Geert Hilferink (hoofdredacteur) E-mail: geert@bouwbelang.com Arie Grevers Frank de Groot Hans Fuchs Henk Wind REDACTIEADRES Nederlandse HandelsUitgaven Postbus 2273, 7420 AG Deventer E-mail: redactie@bouwbelang.com COÖRDINATIE Rielèn van der Hoek FOTOGRAFIE Kees Stuip, Marcel Krijger, Anrie Trappenburg VORMGEVING EN PREPRESS Ronald Wientjes, Create-by ADVERTENTIE-EXPLOITATIE Nederlandse HandelsUitgaven Hugo Arends Telefoon: (0570) 861007 E-mail: advertentie@bouwbelang.com ABONNEMENTEN, ADRESWIJZIGINGEN, EN OPZEGGINGEN E-mail: info@bouwbelang.com DRUK Damen Drukkers Postbus 14 4250 DA Werkendam COLOFON

BOUWBELANG 2 - 2026 6 Het kabinet Jetten zet flink in op het sneller bouwen van meer woningen. Door zowel de vergunningverlening te versnellen, veel meer gebruik te maken van fabrieksmatige bouw van Nederlandse makelij en bestaande gebouwen beter te benutten, worden jaren tijdswinst geboekt, aldus het kabinet. Om gemeenten te ondersteunen is € 287 miljoen beschikbaar. Dat maakte minister Boekholt-O‘Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening bekend bij de aftrap van de Taskforce Versnelling Woningbouw. In die taskforce trekken zes vakministers en ministeries gezamenlijk op. Over de volle breedte van het kabinet wordt gewerkt aan één doel: belemmeringen wegnemen en de woningbouw versnellen. Samen met medeoverheden, woningcorporaties en andere marktpartijen wordt op alle fronten tegelijk ingezet om doorbraken te realiseren. De woningnood is groot en vraagt om actie op alle fronten. We kiezen nadrukkelijk niet voor één oplossing, maar zetten tegelijk in op alles wat helpt: van grootschalige nieuwbouw tot het beter benutten van bestaande gebouwen. Zo vergroten we het aantal grootschalige woningbouwgebieden van 21 naar 30 waar woningbouw voorrang heeft. Om te versnellen zetten we in op zowel de fabrieksmatige bouw als het vereenvoudigen van vergunningverlening. Op veel plekken valt tijd te winnen in het bouwtraject. Waar projecten vastlopen, sturen we bij. Alles is erop gericht om woningzoekenden weer perspectief te bieden”, aldus Boekholt-O’Sullivan. Versnellen en beter benutten De bouw van een woning duurt gemiddeld tien jaar: van plan om een gebied te ontwikkelen en vergunningverlening tot aan de oplevering van de woning. Op elke stap in dat proces is tijd te winnen. Zo kan door innovatie, digitalisering en standaardisatie de doorlooptijd van het ontwerp- en vergunningentraject worden gehalveerd van acht naar vier jaar. Daarvoor is € 90 miljoen beschikbaar. Om de vergunningverlening te versnellen en problemen tegen te gaan die de bouw stilleggen of vertragen, stelt het kabinet voor de aankomende vier jaar € 156 miljoen beschikbaar. Daarmee wil het kabinet de uitvoeringskracht van provincies en gemeenten versterken. Ook in de bestaande bouw liggen veel kansen. Door optoppen, ombouwen, splitsen en woningdelen kunnen jaarlijks 15.000 woningen worden toegevoegd. Om marktpartijen hierin te ondersteunen is de aankomende vier jaar € 41 miljoen beschikbaar. Het Rijk wil daarvoor mogelijk wettelijke belemmeringen wegnemen en overbodige regelgeving schrappen. Prefab fabriekswoningen Het kabinet zet stevig in op industriële woningbouw. Binnen vier jaar moet minimaal de helft van alle nieuwbouwwoningen fabrieksmatig worden gebouwd, vooral in Nederlandse fabrieken. Woningen worden daarbij in de fabriek voorgefabriceerd, in delen naar de kavel gereden en in een paar dagen afgemonteerd. Dit maakt het mogelijk om sneller, op grotere schaal en met minder afhankelijkheid van schaarse arbeidskracht te bouwen. Daarbij zijn de woningen betaalbaarder, van goede kwaliteit en duurzamer. Industriële bouw wordt daarom het uitgangspunt in alle gebieden en projecten waar het Rijk bij betrokken is. Bovendien biedt industriële bouw ook de mogelijkheid om woningen vooraf te certificeren, waardoor deze achteraf niet meer op kwaliteit getoetst hoeven te worden. Voor volledig gecertificeerde woningen is een vergunning voor de technische eisen straks niet meer nodig. Hiervoor worden wijzigingen doorgevoerd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Na de zomer volgt het actieplan met daarin meer maatregelen en verdere uitwerkingen.  (Foto: Canva) Jaren tijdwinst door samenwerking in Taskforce Kabinet versnelt woningbouw op alle fronten

BOUWBELANG 2 - 2026 7 ACTUEEL EIB: Omvang schijnzelfstandigheid lijkt beperkt Nieuwe beleidsadviseur vakmanschap, veiligheid en arbo Salomon Stam is per 1 mei 2026 bij Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra (AFNL) in dienst getreden als beleidssecretaris vakmanschap, veiligheid en arbeidsomstandigheden. Stam (46) zal voor de Aannemersfederatie en de aangesloten branches het beleid op het terrein van vakmanschap, veiligheid en arbeidsomstandigheden volgen en analyseren en dit vertalen naar beleidsstandpunten en adviezen ter zake regelgeving. Daarnaast zal hij deze vertalen naar praktische adviezen, richtlijnen en instrumenten voor mkb-bedrijven in bouw en infra. De afgelopen jaren was Stam actief als beleidscoördinator/ programmamanager preventieve bedrijfsgeneeskundige zorg voor de Bouw & Infrasector bij Volandis, in diverse management- en adviesfuncties binnen de gehandicapten- en ouderenzorg bij Parc Spelderholt en daarvoor bij diverse organisaties als manager en coördinator. Op basis van harde meetbare indicatoren zoals het uurtarief, het aantal opdrachtgevers en het omzetaandeel van de belangrijkste opdrachtgever lijkt schijnzelfstandigheid relatief beperkt voor te komen in de bouw. Dit concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw. De conclusies van het EIB staan in de verschenen studie ‘Schijnzelfstandigheid in de bouw en infra’. Op basis van harde meetbare indicatoren zoals het uurtarief, het aantal opdrachtgevers en het omzetaandeel van de belangrijkste opdrachtgever lijkt schijnzelfstandigheid relatief beperkt voor te komen in de bouw. Bij overige indicatoren is het beeld vaak moeilijk te interpreteren. Met gerichte risicoselectie op basis van duidelijke criteria is goede handhaving mogelijk, wat voordelen kan opleveren voor alle partijen in de bouw. Daling aantal zelfstandigen Na tien jaar groei daalde in 2025 het aantal zelfstandigen in de bouw met 4,5%. Deze trendbreuk lijkt het gevolg te zijn van het vervallen van het handhavingsmoratorium rond schijnzelfstandigheid. Van de bedrijven die zzp’ers inhuren heeft een ruime meerderheid de zzp’ers een aanbod gedaan om in dienst te treden. Zzp’ers gaan hier echter maar beperkt op in; de meeste zzp’ers in de bouw blijven liever zelfstandig en verwachten dat ook te blijven. Daarnaast zijn door veel bedrijven contracten kritisch herzien, is de wijze van inhuur aangepast en is scherper gescreend op ondernemerschap. Op basis van analyse van harde criteria concludeert het EIB dat schijnzelfstandigheid in de bouwsector weinig lijkt voor te komen. Zo is financiële kwetsbaarheid relatief beperkt: slechts 3% van alle zzp’ers heeft een gemiddeld uurtarief van € 36,- of lager. Daarnaast werkt bijna 90% van de zzp’ers voor meer dan drie opdrachtgevers, terwijl ongeveer 16% van de zzp’ers voor meer dan 70% van de omzet afhankelijk is van één opdrachtgever. Bij zzp’ers die voornamelijk voor aannemers werken en bij zzp’ers met een buitenlandse achtergrond lijken er vaker aanwijzingen te zijn voor schijnzelfstandigheid. Maatwerk vereist De criteria die doorgaans worden gebruikt bij het beoordelen van schijnzelfstandigheid gelden voor zeer uiteenlopende sectoren in de Nederlandse economie. Bij toepassing van de criteria is, net als bij andere sectoren, maatwerk vereist dat recht doet aan de karakteristieken van de bouw. Met gerichte risicoselectie op basis van duidelijke criteria kunnen productieve resultaten worden behaald. Dit maakt een doelmatige inzet van de handhavingscapaciteit mogelijk en zorgt voor meer zakelijkheid in de relatie tussen zzp’ers en ondernemers. Daarnaast stimuleert dit zzp’ers tot actiever ondernemerschap, wat ook in hun eigen belang is. (Bron: EIB) Werkzame personen in de bouwnijverheid, in duizenden 2021 2022 2023 2024 2025 0 100 200 300 400 Trendbreuk zelfstandigen in de bouw LEES DE VOLLEDIGE PUBLICATIE OP EIB.NL/PUBLICATIES Na tien jaar groei daalt het aantal zelfstandigen indebouw. In 2025 ligt het aantal (gecorrigeerd voor seizoenseffecten) 4½% lager dan in 2024. Werknemers Zelfstandigen bouwnijverhei pid, in duizenden

BOUWBELANG 2 - 2026 8 Ambachtelijk bouwen staat centraal bij Ribo “Restauratiewerk is te specifiek voor het reguliere onderwijs” Gelegen op Landgoed Twickel in Hengelo biedt de werkplaats van de stichting Ribo studenten van de opleiding Technicus Hout en Restauratie van roc Twente een unieke leerplek. Behalve een scholingsruimte biedt het gebouw ook plaats aan een depot met historische bouwmaterialen. “Alles staat hier in het teken van het behoud van ons cultureel erfgoed”, zegt Erik Kloek, coördinator Opleidingen en Trainingen. Tekst: Geert Hilferink Foto’s: Kees Stuip

WAT GEBEURT ER Crisis Midden-Oosten en prijsstijgingen De crisis in het Midden-Oosten zorgt voor een plotselinge en enorme stijging van de brandstof- en energieprijzen, waar mkb-aannemers in bouw- infra en buitenruimte mee te maken hebben. AFNL geeft tips hoe hiermee om te gaan.  Lees de gehele artikelen door de QR-codes te scannen. Eerste Duurzaamheidspaspoorten GWW uitgereikt In Amsterdam zijn de allereerste SKG-IKOB Duurzaamheidspaspoorten GWW officieel uitgereikt. Onder de ontvangers ook lidbedrijven van de sectie MKB INFRA van branchevereniging Cumela.  Veilig hijsen De Onderzoeksraad voor Veiligheid beveelt bouwpartijen aan elkaar meer vragen te stellen over projectspecifieke risico’s. Dit naar aanleiding van het hijsongeval in Lochem bij de bouw van de Netterhorsterbrug over het Twentekanaal.  Aangescherpte regels voor lood Sinds 9 april 2026 gelden er aangescherpte regels voor werken met lood in Nederland. Deze wijzigingen komen voort uit een Europese richtlijn (2024/869) om werknemers tegen de ernstige gezondheidsrisico’s van lood te beschermen.  BIJZONDER PROJECT BOUWBELANG 2 - 2026 9 Cumela: natuurherstel urgenter dan ooit De recente natuurbranden laten zien dat een robuustere natuur, die beter bestand is tegen droogte heel hard nodig is. Vorig jaar deed Cumela al een dringende oproep om het natuurherstel in Nederland te versnellen.  Cao-wijziging verduidelijkt schooldagbonus Cao-partijen in de sector Bouw & Infra hebben een tussentijdse wijziging doorgevoerd in de cao 2025–2027. De aanpassing richt zich op artikel 5.23 (schooldagbonus) en moet een einde maken aan onduidelijkheden over de berekening van deze bonus voor leerlingen.  Weerbaarheidscampagne bedrijven Uitval van energie, mobiele communicatie of de cloud. Producten, onderdelen, machines of grondstoffen die ineens niet meer binnenkomen. Afhankelijkheden van ondernemers voor hun processen zijn groot. Terwijl die door zowel natuurverschijnselen, technische storingen als vijandige opzet kunnen uitvallen.  Meer foto's en het volledige verhaal vind je op onze site www.bouwbelang.com (scan de QR-code)

BOUWBELANG 2 - 2026 10 Minister Aartsen staat open voor overgangsregeling richting Zelfstandigenwet “In grillige markt blijft flexibele schil noodzakelijk” Tekst: Geert Hilferink Foto’s: Kees Stuip De broers Rob en Joris van der Meer waren in maart de gastheren van het eerste officiële werkbezoek van minister Thierry Aartsen van Werk en Participatie. Tijdens het bezoek aan de herinrichting van de infrastructuur aan de Schoorlaan in Leidschendam stond het thema samenwerken met zzp’ers hoog op de agenda. Daarover ging de minister in gesprek met de beide ondernemers, Philip van Nieuwenhuizen, vicevoorzitter van Aannemersfederatie Nederland Bouw en Infra (AFNL) en andere betrokkenen. Aartsen liet weten open te staan voor een overgangsregeling richting de nieuwe Zelfstandigenwet. Het werkbezoek aan het project Schoorlaan Noord was een initiatief van AFNL. Namens Cumela-lid Aannemingsbedrijf Van der Meer uit Benthuizen leidden ondernemers Joris en Rob van der Meer het gezelschap rond over het werk. Verschillende werkzaamheden Aan de Schoorlaan heeft de bestaande bebouwing plaatsgemaakt voor nieuwe, duurzame appartementen. Het gebied vormt een belangrijke schakel tussen het centrum van Leidschendam en de achterliggende woonwijk “De Rietvink”. Het gebied wordt gekenmerkt door losse bebouwing en een ruimtelijk karakter waarin groen en de informele route langs de poldersloot een grote rol spelen. “We hebben binnen het project verschillende werkzaamheden uitgevoerd”, zegt Rob van der Meer, Technisch directeur van het aannemingsbedrijf. “Van het verwijderen van de verharding, het verwijderen van de bestaande riolering en aanbrengen van nieuwe riolering tot het aanbrengen van de nieuwe verharding. Daarnaast hebben we een watergang gegraven en damwanden en beschutting geplaatst.” Aandacht voor uitdagingen Minister Aartsen en de andere aanwezigen lieten zich tijdens de rondleiding uitgebreid informeren door de twee onder­  Minister Thierry Aartsen (midden) en Philip van Nieuwenhuizen (rechts) tijdens het werkbezoek in Leidschendam.

BOUWBELANG 2 - 2026 11 nemers. “Voor ons een mooie gelegenheid om de minister te laten zien wat we als gespecialiseerde aannemer allemaal doen, maar ook om aandacht te vragen voor onze uitdagingen”, aldus Van der Meer. “Als specialisten werken we in een grillige markt met pieken en dalen en daarin kunnen we niet zonder flexibele schil.” Een stelling die Philip van Nieuwenhuizen, vicevoorzitter van AFNL, onderschreef. “De minister gaf tijdens het bezoek nogmaals aan te werken aan een nieuwe Zelfstandigenwet. Die wet moet onder andere duidelijk maken aan welke eisen zzp’ers moeten voldoen en daarmee ook een einde maken aan schijnzelfstandigheid. Voordat die nieuwe wet er echter is, zijn we al snel twee jaar verder, terwijl de problemen rond de controles op schijnzelfstandigheid nu actueel zijn en een oplossing vragen.” Tussentijdse oplossing Tijdens het gesprek na de rondleiding liet minister Aartsen weten open te staan voor een tussentijdse oplossing tot het moment dat de nieuwe Zelfstandigenwet in werking treedt. “Hij reageerde positief op het voorstel van AFNL om voor die periode een handelingskader te maken met daarin afspraken over het samenwerken met zzp’ers. De uitnodiging om met een voorstel voor zo’n overgangsregeling te komen, neemt AFNL dan ook met beide handen aan”, zegt Van Nieuwenhuizen, die tevreden terugkijkt op het werkbezoek van de minister. ZELFSTANDIGENWET De problemen rond de controles op schijnzelfstandigheid zijn nu actueel en vragen een oplossing Philip van Nieuwenhuizen  Bespreking gevolgen controles op schijnzelfstandigheid met de minister.  Het gezelschap nam een kijkje bij de herinrichting van de infrastructuur aan de Schoorlaan in Leidschendam.

BOUWBELANG 2 - 2026 12 Dat positieve gevoel heerst ook bij de broers Van der Meer. “De minister was goed op de hoogte van wat er speelt en is bereid om mee te denken. Ook had hij veel aandacht voor onze situatie als ondernemers.” Zzp’er en medewerker aanwezig Om inzicht te geven hoe Aannemingsbedrijf Van der Meer samenwerkt met zzp’ers waren ook een medewerker en zzp’er bij het gesprek aanwezig. Van der Meer: “De zzp’er is voorman en hij wil graag zelfstandig blijven omdat hij ook voor andere opdrachtgevers wil blijven werken. We bieden hem een contract per project aan, waarin hij als voorman zelfstandig de lijnen uitzet.” De medewerker die aanwezig was, werkte tot eind vorig jaar als zelfstandig opperman. “Hij vertelde de minister onder meer waarom hij ervoor heeft gekozen om alsnog bij ons in dienst te komen en te kiezen voor meer sociale zekerheid. Hij is inmiddels een van de 65 medewerkers die we binnen ons familiebedrijf in dienst hebben.” Hebben elkaar nodig Een team waarmee Aannemingsbedrijf Van der Meer jaarrond het werk goed aan kan. “Maar dan wel in combinatie met de flexibele schil die we in de drukke periodes hard nodig hebben. Het tweede en vierde kwartaal van het jaar zijn traditioneel de drukke seizoenen. Dan hebben we elkaar gewoon keihard nodig”, zegt Van der Meer. Als ondernemers kunnen de broers zich wel vinden in een verplichting voor zzp’ers om een pensioenvoorziening en arbeidsongeschiktheidsverzekering af te sluiten. “In de bouw is het heel makkelijk om zzp’er te worden en ze maken elkaar gek in de keet. In veel landen om ons heen, zijn zelfstandigen ook verplicht om premies af te dragen, dus laten we kijken hoe ze het daar doen.” Vanwege die wederzijdse afhankelijkheid is ook Van der Meer blij met de mogelijke overgangsregeling tot de nieuwe Zelfstandigenwet. “Dergelijke afspraken kunnen ondernemers en zzp’ers helpen om op een verantwoorde manier samen te werken tot de nieuwe wet er is. Dat gaat voor rust en duidelijkheid zorgen.” In de bouw is het heel makkelijk om zzp’er te worden en ze maken elkaar gek in de keet Rob van der Meer  De minister in gesprek met een medewerker van Aannemingsbedrijf Van der Meer.

BOUWBELANG 2 - 2026 13 Bijzonder metselwerk op gestroomlijnde bouwplaats Tekst: Hans Fuchs Foto’s: Kees Stuip Aan de Oude Maas in Spijkenisse werkt Aannemingsbedrijf Project aan de woontorens Baltimore en Boston. Het Rotterdamse AFNL-lid verzorgt het stelwerk aan de gevel, verlijmt kalkzandsteen- en betonblokken en voert bijzonder metselwerk uit. Ook bijzonder: de gestroomlijnde planning op de bouwplaats. Volgens Izaak Oomen van Aannemingsbedrijf Project is dat een kwestie van goed overleg vooraf, korte lijnen op de werkvloer en regelmatige inspecties. het Rotterdamse bouwbedrijf de directie op het werk in Spijkenisse. Aannemingsbedrijf Project verzorgt het complete stelwerk aan de buitengevel, brengt loodslabben en isolatie aan, voert bijzonder metselwerk uit, doet het voegwerk en levert daarvoor ook de mortel. Oomen: “Wij zijn al bijna tien jaar vaste partner van Dura Vermeer voor metselwerk, stellen en lijmwerk, op de meest uiteenlopende projecten. Hier in Spijkenisse is de logistiek een enorme uitdaging, vanwege alle disciplines op de bouwplaats en de schaal van het project; woontoren Baltimore heeft twintig verdiepingen, de Boston zestien. Tijdens de bouw komen die disciplines allemaal bij elkaar – binnen, buiten en op de steigers.” Groepsapp Om dat logistiek in goede banen te leiden, was er al vroeg overleg met Dura Vermeer. Oomen: “Vanwege de complexe planning zijn we vroeg op dit project ingestapt. We hebben vooraf VAKMANSCHAP  De Boston in aanbouw. Vinger aan de pols door Project Een onderaannemer met de vinger aan de pols is goud waard. Zeker op een werk waar de logistiek complex is – zoals bij de twee hoog opgaande appartementencomplexen Baltimore en Boston in Spijkenisse. De torens worden momenteel pal aan de Oude Maas gebouwd. Het zijn de eerste twee van in totaal zes grote woontorens die Spijkenisse in de toekomst een nieuw stuk waterfront bezorgen. Samenwerken op uiteenlopende projecten Op de twee torens voert Aannemingsbedrijf Project voor Dura Vermeer Bouw en Vastgoed Rotterdam een waaier aan werkzaamheden uit, vertelt Izaak Oomen. Oomen voert voor

BOUWBELANG 2 - 2026 14 uitgebreid met Dura zitten sparren; wie moet wanneer waar op de bouwplaats wat doen? Ook tijdens de bouw zijn we goed op elkaar ingespeeld; bouwen is in de basis onvoorzien, je moet schakelen als het nodig is. Onze vaste voorman Koen Bouwmeester is hier vijf dagen in de week, we hebben elke dag een werkstart en de afspraken die daar worden gemaakt gaan via een groepsapp meteen naar alle mensen op de bouw. Die korte lijnen helpen bij het stroomlijnen van de uitvoering. De app wordt ook gebruikt voor opleverpuntjes.” Daarnaast loopt Aannemingsbedrijf Project op de bouw kwaliteitsrondes en maak tweewekelijks een inspectierapport: “Die aandacht voor de planning is win-win, voor ons, voor Dura Vermeer en alle andere bedrijven; het zorgt voor rust en overzicht op de bouwplaats.” Dat die aanpak werkt, staven de resultaten. Oomen: “Wij zijn hier in week 36 van 2025 gestart met de Baltimore en hebben de planning keurig gehaald. Ook de werkzaamheden aan de Boston lopen volgens planning. In week 29 van dit jaar zijn we hier klaar – ondanks periodes met slecht weer, die bij het werken aan de gevel niet hielpen. We hebben te maken gehad met lang aanhoudende natte periodes en periodes met vorst.” Sparren over het metselwerk In de torens aan de Oude Maas is nagenoeg al het metselwerk traditioneel uitgevoerd. Alleen de randen van de balkons van de Boston kregen prefab steenstrips, vertelt. Oomen: “Dat is in verband met de garantie op het werk die we afgeven.” Voor het overige is het metselwerk handwerk, op de steiger. Oomen: “Er is voor aanvang van het project nog wel discussie geweest over de mogelijkheden en kansen van prefabben, maar uiteindelijk viel de keuze toch op traditioneel metselen en voegen.” Dat metselwerk is op veel plekken bijzonder. Oomen wijst op staand en liggend tegelverband aan de Boston en laat bij de Baltimore de hoofdentree zien; het metselwerk hangt er als een omhooggetrokken gordijn in de gevel. Ook in de kroon van het gebouw is het metselwerk verre van rechttoe rechtaan; witte banden met staand verband en deels uitkragende stenen worden afgewisseld door donker metselwerk. Oomen: “Zulk metselwerk vraagt vakmanschap. We gebruiken hier een vrij harde strengGrote vaste kern De bijna tien jaar lange samenwerking met Dura Vermeer is mede te danken aan de opbouw van het personeelsbestand bij Aannemingsbedrijf Project. Het bedrijf werkt met een vaste kern van tachtig werknemers in loondienst. Ommen: “Dat is tachtig procent van ons personeel. Die zijn de solide basis voor de klussen die we uitvoeren, voor Dura Vermeer en andere opdrachtgevers. De resterende twintig procent van onze vakmensen zijn flexibele schil, maar die mensen werken ook vaker bij ons.” Aannemingsbedrijf Project is sinds 1982 werkzaam als metselbedrijf en aannemer voor stel- en lijmwerk. De aannemer heeft een ISO9001 certificering en VCA SKG-IKOB en werkt volgens SCL Trede 3 KOMO metselen, lijmen voegen. Oomen: “Daarnaast zijn we erkend leerbedrijf SBB . Daarmee kunnen we onze uitstroom helaas niet volledig aanvullen. De gemiddelde leeftijd is bij ons 47 jaar, landelijk ligt dat zelfs nog hoger, denk ik.” De logistiek is een enorme uitdaging. Tijdens de bouw komen alle disciplines bij elkaar - binnen, buiten en op de steigers  Izaak Oomen voert voor het Rotterdamse bouwbedrijf de directie op het werk in Spijkenisse.  De gemetselde gevelvlakken van de Boston; een lijst van gele steen en een mix van sorteringen in het vlak. Baltimore Woontoren Baltimore is het allereerste gebouw van Het Waterfront. De plint van de woontoren is uitgevoerd in donker metselwerk, middendeel en kroon in een warm-witte metselsteen. Vanaf de zestiende verdieping wijken de gevels terug. Verspringend metselwerk, verschillende metselverbanden en diepgelegen ramen geven het gebouw een rijke uitstraling, aldus de ontwerpers van architectenbureau Kokon. Bron: Kokon

BOUWBELANG 2 - 2026 15 perssteen. Die heb je ook nodig als je baksteen toepast op hoogte, vanwege de gewenste lange levensduur en het voorkomen van vervuiling.” Dat die steen hard is maakt het metselen niet eenvoudiger; de steen zuigt mortel moeilijker op dan een traditionele poreuze steen. Oomen: “Dat vraagt extra aandacht van onze metselaars.” Oomen wijst ook op de kleine gemetselde gevelvlakken op alle verdiepingen van de Boston. De vlakken hebben een gemetselde lijst van gele steen en een mix van sorteringen in het vlak: “Het zijn Waalformaat stenen in een gewoon halfsteensverband, maar met allerlei bijzonderheden die dat vlak verfraaien. Zo is onder andere bij dertig procent van de stenen de vuile kant aan de voorzijde gebruikt. Daarover hebben we gespard met opdrachtgever en architect. De architect ontwerpt vanuit een beeld, en heeft niet altijd oog voor de verwerking. Wij wel. Zo kwamen we met elkaar bijvoorbeeld ook tot de conclusie dat we van de geelbeige steen in dit project alleen de schone kant gebruiken.” 12.000 stenen per week Dat sparren met architect en opdrachtgever gebeurde aan de hand van de proefmuren die Aannemingsbedrijf Project op de bouwplaats maakte. Oomen: “Daar ontstonden goede discussies, bijvoorbeeld ook over de kleur van de mortel. Aanvankelijk hadden we een heel donkere mortel met veel pigment. Dat hebben we aangepast, we gebruiken nu een iets minder donkere mortel in verband met het voorkomen van vlekvorming in de gevel. We moeten hier sponsen om vlekvorming te voorkomen.” Aannemingsbedrijf Project doet per verdieping een week over alle werkzaamheden. Oomen: “Dan hebben we het bij het metselwerk over 12.000 stenen. Aangeleverde stenen gaan naar de bevoorradingssteiger. Die is hier breder, zodat de stenen dwars geplaatst kunnen worden in verband met de veiligheid; ook de steigerbouwer denkt op dit project met ons mee. We doen ons werk zes verdiepingen onder de ruwbouw. Je wilt bij het vloeren storten niet dicht op de ruwbouw zitten, om vervuiling van je gevel te voorkomen. Ook voor de veiligheid is het beter. En voor de logistiek; zo zitten we elkaar op de bouwplaats niet in de weg.” Waterfront Het Waterfront, zo heet het plan voor zes nieuwe woontorens aan de Oude Maas in Spijkenisse. Het is een initiatief van de gemeente Nissewaard en VOF Dijkzone, bestaande uit Dura Vermeer Bouw en Vastgoed Rotterdam, VORM Ontwikkeling en Ballast Nedam Development. De woontorens Baltimore en Boston worden gerealiseerd door Dura Vermeer. In het tweede kwartaal van 2027 start VORM met de torens Stockholm en Vancouver. Als laatste bouwt Ballast Nedam de Brighton en de Sydney. De torens worden met elkaar verbonden door een park op de daken van de parkeergarages onder de gebouwen. Het Waterfront telt 750 appartementen, bijna een derde daarvan komt in woongebouw Baltimore (141 appartementen) en Boston (105 appartementen). Het Waterfront is deel van de gebiedsontwikkeling De Elementen met circa 2.500 woningen, verdeeld over vijf deelgebieden). Daarvan zijn inmiddels al ruim 1.750 woningen gerealiseerd. Verspringend metselwerk, verschillende metselverbanden en diepgelegen ramen geven het gebouw een rijke uitstraling Izaak Oomen  De Baltimore wordt bekroond door witte banden met staand verband en deels uitkragende stenen, afgewisseld door donker metselwerk.  Na overleg werd gekozen voor een iets lichtere mortel.

BOUWBELANG 2 - 2026 16 Waterschap Rivierenland betrekt mkb bij ontwikkeling “Zekerheid door langjarige afspraken” Tekst: Geert Hilferink Foto’s: Kees Stuip In een werkgebied dat zich uitstrekt van de Duitse grens tot aan Kinderdijk werkt Waterschap Rivierenland aan waterbeheer in een veranderend landschap. Binnen dit grote areaal is landbouw een belangrijke economische pijler en wonen ruim 1 miljoen inwoners. Door intensief samen te werken met mkbaannemers weet het waterschap de betaalbaarheid voor de inwoners op peil te houden. Maar er zijn meer redenen voor die nauwe banden met het mkb. Ingeklemd tussen de Nederrijn en de Lek aan de noordzijde en de Maas aan de zuidzijde beheert Waterschap Rivierenland de waterhuishouding van de zandgronden in het oosten tot de veenweidegebieden bij Kinderdijk. Een areaal met daarin veel sloten die uitgebaggerd moeten worden en waarvan de oevers gemaaid moeten worden. “De lokale mkb-aannemers waarmee we samenwerken hebben veel kennis van het gebied. Bovendien kennen ze vaak de agrariërs en bewoners in hun regio. Daarmee is het mkb een natuurlijk verlengstuk van ons als waterschap”, zegt Paula Dobbelaar-van Meenen, Afdelingshoofd Projecten Watersysteem, -Keten en Wegen van het waterschap. Goede sparringpartner Als overheidsinstelling is het waterschap er voor inwoners en ondernemers, vervolgt Dobbelaar-van Meenen. “We willen als waterschap in nauw contact staan met de burger en daarin trekken we graag hand in de hand op met de aannemers. Daarom ga ik zelf ook het veld in en evalueer ik met de aannemers hoe we projecten nog beter kunnen uitvoeren. Het is belangrijk om te weten wat de aannemers van ons nodig hebben om het werk nog beter te kunnen uitvoeren.” Behalve voor die evaluatie, vindt Dobbelaar-van Meenen het belangrijk dat het waterschap ook als sparringpartner bij het mkb aan tafel zit. “We zijn samen verantwoordelijk voor de toekomst van de uitvoering van onze taken. Zo bespreken we met elkaar over hoe we jonge vakmensen aan ons vakgebied binden. Hoe we duurzamer ons werk kunnen uitvoeren en welke nieuwe technologieën er zijn om de samenwerking te verbeteren.” Die betrokkenheid wordt door de mkb-aannemers gewaardeerd en resulteerde vorig jaar in de nominatie voor de MKB INFRA-AanbestedingsAward. Samen naar hogere productie Niet alleen voor de bescherming van de bewoonde gebieden, maar ook voor de weidegronden als akkerlanden is het aan het waterschap om het waterpeil in de sloten, weteringen en  Han Koppens en Paula Dobbelaar-van Meenen zien het mkb als een natuurlijk verlengstuk van het waterschap. We zijn samen verantwoordelijk voor de toekomst van de uitvoering van onze taken Paula Dobbelaar-van Meenen

BOUWBELANG 2 - 2026 17 BETROKKEN OPDRACHTGEVER rivier de Linge zo optimaal mogelijk te houden. Daarvoor vertrouwt Waterschap Rivierenland op een uitgebreid netwerk van ruim 200 gemalen en bijna 3.000 stuwen. Ook waterbuffers en dijken zijn onderdeel van dat netwerk dat bescherming biedt tegen wateroverlast en droogte. De bijna 30 afvalwaterzuiveringen zorgen ervoor dat het afvalwater binnen 24 uur schoon genoeg is om op het oppervlaktewater te lozen. “Voor de aanleg en het onderhoud daarvan werken we graag met mkb-aannemers”, zegt Han Koppens, Inkoopadviseur van het waterschap. “Dat geldt ook voor de vele vispassages en natuurvriendelijke oevers in ons werkgebied. We kijken samen met de aannemers naar manieren om de productie te verhogen. Mooi voorbeeld daarvan is de ontwikkeling naar het standaardiseren van onze stuwen. Voor de renovatie van gemalen gaven aannemers, waarmee we vaker samenwerken, terug dat ze graag meer betrokken willen worden in het traject tot aan het definitief ontwerp. Daarop hebben wij ons proces aangepast.” Raamcontracten bieden zekerheid Waterschap Rivierenland selecteert bij meervoudig onderhandse aanbestedingen bekende aannemers die geschikt zijn voor het betreffende project. “Bij repeterende werken sluiten we met meerdere aannemers raamcontracten voor een periode van vier jaar. Die langdurige afspraken bieden voor de aannemer en voor ons als opdrachtgever mooie kansen. Bijvoorbeeld door heel concreet samen te kijken naar nog effectievere en efficiëntere manieren van uitvoering, maar bijvoorbeeld ook om invulling te geven aan onze duurzaamheidsambities. We kunnen elkaar in die periode versterken”, zegt Koppens. Zo werkt het waterschap ook met meerdere mkb-aannemers tegelijk binnen grote projecten. “Zo hebben we nu een langjarig contract met verschillende aannemers voor de renovatie van twintig poldergemalen. Daarin werken we heel open en transparant samen en kunnen we kwaliteit en snelheid waarborgen. We hoeven namelijk niet twintig keer een plan voor één poldergemaal te maken, maar maken samen één plan voor twintig poldergemalen.” Investeringen stimuleren Het meerjarig commitment van het waterschap stimuleert mkb-aannemers om te investeren. “Het mkb staat bekend om zijn investeringsdrang. Als het uitzicht op het te-  Luchtopname van de bouw van het gemaal De Pannerling.

BOUWBELANG 2 - 2026 18 rugverdienen van een investering aanwezig is, vergroot dat de bereidheid om de stap te zetten. De raamcontracten die wij aanbieden, zorgen voor het vertrouwen dat de aannemer zijn investering kan terugverdienen.” Dobbelaar-van Meenen voegt toe dat het waterschap ook als het gaat om verduurzaming en regelgeving wil ondersteunen in de ontwikkeling. “Zo zijn we met Cumela in gesprek over de mogelijkheden en onmogelijkheden voor het mkb in de transitie naar de Veiligheidsladder trede 3. We willen het vooral als middel zien en de markt helpen om stappen te zetten. De weg ernaartoe moet werkbaar blijven.” Op stoel van aannemer zitten Soortgelijk is de aandacht voor de proportionaliteit van de aanbestedingen. Koppens: “Bijvoorbeeld op het gebied van de CO2 Prestatieladder. Door steeds kritisch te kijken naar wat we uitvragen en ons af te vragen in hoeverre dat realistisch is voor het mkb. Die proportionaliteit bepaalt in sterke mate of een opdracht voor het mkb uitvoerbaar is of niet. Daarom probeer ik zelf op de stoel van een mkb-aannemer te gaan zitten om te kunnen beoordelen hoe proportioneel een uitvraag is.” Dat daarin veel mogelijk is, bewezen diverse Europese aanbestedingen die uiteindelijk aan mkb-aannemers werden gegund. “Zij werden geselecteerd vanwege hun ervaring met het werk en hun gebiedskennis.” Volgens Koppens is het inkoopproces door die nauwe betrokkenheid een dynamisch en energiek traject geworden. “Daarom werken we bij bepaalde opdrachten bij voorkeur met mkb-aannemers. Ook als projecten echt te groot zijn voor het mkb, want dan brengen we deze aannemers nadrukkelijk onder de aandacht als onderaannemer bij de hoofdaannemer. Hun gebiedskennis en ervaring ontbreekt vaak bij de grote hoofdaannemers.” De Pannerling De nominatie voor de MKB INFRA-AanbestedingsAward dankt Waterschap Rivierenland aan het nieuwe gemaal De Pannerling in de Linge bij Doornenburg. “Het gemaal vormt het begin van de Linge, de langste meanderende rivier van het land en vervangt de oude Pannerling. Dat was een drijvend gemaal met een kleinere capaciteit “, zegt Dobbelaar-van Meenen. Dankzij de capaciteit van 360 m³ per minuut van het nieuwe, vaste gemaal, gebouwd door De Kuiper Infrabouw, kan Waterschap Rivierenland bij droogte meer water het gebied inbrengen. Het water ondersteunt niet alleen de Linge, maar ook natte natuurgebieden, landbouw en recreatie in het hele stroomgebied van de Linge. Door de nieuwbouw kan het waterschap – ook bij lage waterstand – langer water aanvoeren zonder er extra pompen bij te plaatsen. Het gemaal heeft ook een nieuwe vislift die bijdraagt aan de biodiversiteit in het gebied. De nieuwe Pannerling helpt ons om nog beter om te gaan met de weersextremen als gevolg van de klimaatverandering.” MKB INFRA- AanbestedingsAward Met de MKB INFRA-AanbestedingsAward wordt ingespeeld op de aanbestedingswetgeving, waardoor een gelijk speelveld voor grote en mkb-bedrijven moet ontstaan en eerlijke concurrentie wordt gestimuleerd. De instelling van de tweejaarlijkse prijs heeft tot doel opdrachtgevers uit overheden en semi-overheden te stimuleren mkb-bedrijven betere kansen op opdrachten in de grond-, weg- en waterbouw te geven. Met de prijs hoopt MKB INFRA dat vernieuwende oplossingen worden geïnitieerd en optimale prijs-prestatieverhoudingen worden bereikt, waarmee tevens het maatschappelijk belang wordt gediend. Eerdere prijswinnaars waren de gemeenten Nijmegen, Steenwijkerland, Tilburg, Enschede, Den Haag en Eindhoven. In 2025 won de provincie Drenthe. De raamcontracten die wij aanbieden, zorgen voor het vertrouwen dat de aannemer zijn investering kan terugverdienen Han Koppens  Gemaal De Pannerling is de bron van de Linge.

BOUWBELANG 2 - 2026 19 VAKVROUWEN OP DE STEIGER Hinke en Magda voelen zich thuis aan de gevel “Maak het niet bijzonder, we zijn gewoon collega’s” Tekst: Geert Hilferink Foto’s: Kees Stuip Het is een aloud cliché: een bouwplaats zou geen geschikte werkplek zijn voor vrouwen. Steeds meer vrouwen bewijzen echter het tegendeel. Hinke Wallinga en Magda Pannekoek bijvoorbeeld. Metselaar Hinke is al 36 jaar actief in de bouw en zij-instromer, Magda begon ruim twee jaar geleden aan een carrière als restauratievoeger. Een gesprek met twee vakvrouwen die duidelijk maken dat de bouw geen exclusieve mannenwereld meer is, maar dat vrouwen vooral geen uitzonderingspositie willen. vaak mee om te helpen. Dat beviel me zo goed dat ik uiteindelijk een bouwopleiding heb gevolgd, waarna ik aan de slag ging. In de afgelopen 36 jaar heb ik in verschillende functies bij verschillende bedrijven gewerkt. Sinds een jaar werk ik bij Koedooder Metselwerken.” Haar entree op de bouwplaats was dan ook niet speciaal voor Hinke zelf. “De mannen moesten er wel aan wennen, maar als je laat zien dat je gewoon je werk doet en je eigen zaakjes regelt, is er niets aan de hand. Al heb ik daar zelf nooit echt op gelet, want voor mij is het gewoon mijn werk.” Geen voer geven De eerste werkdag in de bouw van Magda is van recentere datum. Haar werk als AI-engineer bood de 27-jarige niet de verwachte voldoening en ze beIn een restaurant tegenover een sfeervol woonblok in Amsterdamse Stijl aan de Utrechtse Jan van Scorelstraat, waarvan de gevel wordt gerestaureerd door Van Milt Restaurateurs, vertellen Hinke en Magda over hun keuze voor de bouw. Magda werkt op dit restauratieproject en Hinke is vanuit Velserbroek gekomen. Daar werkt ze voor Koedooder Metselwerken. Ook hun werkgevers Hugo van Milt en Rieuwert Scholten zijn aangeschoven. Mannen moesten wennen Voor de 55-jarige Hinke was de keuze om in de bouw te gaan werken geen bijzondere. “Ik ben een buitenmens en wilde eerst de dierenverzorging in. Mijn vader kluste veel en ik ging Ik heb geen speciale behandeling nodig en kan hetzelfde werk doen op een project als mijn collega’s Magda Pannekoek  Magda Pannekoek (links) en Hinke Wallinga voelen zich helemaal thuis in de bouw.

BOUWBELANG 2 - 2026 20 sloot verder te kijken. “Mijn man werkt bij Van Milt Restaurateurs en zo ben ik in aanraking gekomen met het vak. Ik kreeg de kans om als zij-instromer te beginnen en dat is prima bevallen. Het is misschien een drempel om voor het eerst als vrouw een keet met twintig mannen in te stappen, maar je houding bepaalt hoe je wordt ontvangen. Je moet ze geen voer geven om het bijzonder te maken”, zegt Magda. Ook voor haar geldt dat ze snel door de collega’s is opgenomen in het team. “Ik heb geen speciale behandeling nodig en kan hetzelfde werk doen op een project als mijn collega’s. Misschien een schoner toilet of een aparte Dixi voor mannen en vrouwen”, zegt Magda lachend, die meteen toevoegt dat ze via de app ‘Hoge nood’ altijd wel een openbaar toilet in de buurt kan vinden. Hinke werkt veel op grote nieuwbouwprojecten. “Daar zijn meestal wel aparte dames wc’s.” Andere dynamiek in bedrijf Als werkgever zijn Hugo en Rieuwert nieuwsgierig naar de ervaringen van Magda en Hinke. Zelf ervaren ze dat de aanwezigheid van vrouwen binnen hun bedrijven zorgen voor een andere dynamiek. “Vrouwen brengen iets positiefs mee. Niet alleen op een project, maar ook op kantoor”, zegt Hugo. Volgens Rieuwert voegen vrouwelijke collega’s iets toe aan het team. “De lompe jongens worden minder lomp en het zwart-wit beeld van vrouwen in de bouw verdwijnt snel. Onze vrouwelijke medewerkers draaien gewoon mee en zorgen bovendien voor iets meer rust.” Hinke haakt daarop in: “We zijn wat makkelijker dan de meeste mannen. Dat merk ik ook als leermeester, al wordt mijn geduld wel minder. De jongens uit de dorpen zijn harde werkers, maar de stadsjongens zijn wat verwender. Die moet ik vaak wat strenger aanpakken.” Samen met de collega’s Voor zowel Hinke als Magda geldt dat ze op de bouw het werk samen met collega’s uitvoeren. “Van de opbouw tot aan het pointeren, we doen alle werkzaamheden samen”, zegt Hinke, die ook de zware klussen gewoon uitvoert. “Als ik iets niet alleen kan tillen, doen we het samen, maar dat geldt ook voor de mannelijke collega’s.” Magda herkent dat. “Mannen hebben de neiging om wat sneller stoer te doen. Ik sjouw een zak van 25 kilo naar boven, zij pakken er vaak twee tegelijk. Dat is niet per se veiliger voor je eigen lichaam en daar ben ik wel zuinig op.” Waarmee rekening houden als werkgever? Rieuwert en Hugo merken op dat hun vrouwelijke collega’s geen grote wensen lijken te hebben als het gaat om aangepaste arbeidsvoorzieningen. “Wij vullen dat voor onszelf in Als je laat zien dat je gewoon je werk doet en je eigen zaakjes regelt, is er niets aan de hand Hinke Wallinga  Magda hoeft, net als Hinke, geen speciale behandeling van collega’s of werkgever.  Hinke werkt al 36 jaar in de bouw en heeft dat geen dag bijzonder gevonden.

BOUWBELANG 2 - 2026 21 Tips voor werkgevers De voornaamste les die werkgevers kunnen leren van de ervaringen van Magda en Hinke is duidelijk. Juist door vrouwen niet als uitzondering te behandelen, maar als volwaardige collega’s, wordt de bouwsector aantrekkelijker voor vrouwen. In een tijd van grote personeelstekorten ligt hier een grote kans om meer vrouwen enthousiast te maken voor een carrière in de bouw. Helemaal in een werksfeer waarin vakmanschap centraal staat en collega’s elkaar op een normale, respectvolle manier benaderen. Wat daarbij zeker gewaardeerd zal worden door vrouwelijke medewerkers zijn werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen die ook voor vrouwen comfortabel en veilig zijn. Dat geldt ook voor praktische werkomstandigheden, zoals nette – en eventueel aparte – toiletvoorzieningen. Vrouwen brengen iets positiefs mee. Niet alleen op een project, maar ook op kantoor Hugo van Milt De lompe jongens worden minder lomp en het zwart-wit beeld van vrouwen in de bouw verdwijnt snel Rieuwert Scholten omdat we denken dat we ergens rekening mee moeten houden. Mooi om nu te horen dat die behoefte er in de praktijk eigenlijk helemaal niet is”, zegt Hugo. “Jullie ervaringen laten zien dat het normaal is om als vrouw op de bouw te werken, net zoals het dat is voor mannen”, voegt Rieuwert toe.” Het betekent niet dat Hinke en Magda helemaal geen wensen hebben. “Dat zijn meer praktische dingen. Zoals de werkbroek. Die is in een vrouwenlijn beschikbaar en draagt een stuk comfortabeler, maar de zakken daarvan zijn kleiner dan de herenbroeken. Dat is wel jammer. En als we het dan toch over de broek hebben, misschien kan het logo op een andere plek dan op de kont”, zegt Magda glimlachend. Hugo is blij met de opmerkingen. “Daar wil ik iets mee doen.” Maak het niet speciaal Praktische wensen of niet, zowel Hinke als Magda benadrukken dat werkgevers in de bouw geen bijzondere omstandigheden voor vrouwelijke medewerkers moeten creëren. Magda: “Maak geen onderscheid, want als je dat vanuit het kantoor doet, gaan collega’s op de bouw dat ook doen.” Hinke denkt er net zo over. “Maak het niet speciaal, want dat is het niet. Dat laat ik al 36 jaar zien.”  De authentieke gevel van een woonblok in Amsterdamse Stijl aan de Utrechtse Jan van Scorelstraat die door Van Milt Restaurateurs wordt gerestaureerd.

BOUWBELANG 2 - 2026 22 Groninger coproductie ROAM wint voorronde EDA-Awards Circulair venster op de toekomst Tekst: Geert Hilferink Foto’s: Kees Stuip Namens een team van hbo-studenten van Hanze Hogeschool en mbo-studenten van het Alfa College in Groningen, kregen Stan Herder en George Maxi op 13 mei de eerste prijs van de voorronde van de EDA-Award uitgereikt. Als Nederlandse winnaar strijden zij deze maand in Dublin met hun inzending ROAM om de Europese Circular Economy in Construction Award. Deze prijs is een initiatief van de European Demolition Association (EDA), waarbij brancheorganisatie VERAS aangesloten is. De prijs werd door juryvoorzitter Jacqueline Cramer overhandigd tijdens een ledenbijeenkomst van VERAS in Vianen. Ze sprak namens de jury haar waardering uit voor de inzendingen van de drie genomineerden. “We hebben een mooie mix gezien van theoretische onderzoeken en praktische oplossingen voor circulaire toepassingen. Daarnaast zijn we erg blij met een inzending vanuit het mbo omdat we ook het beroepsonderwijs graag betrekken bij de circulaire economie.” Concrete coproductie De jury van de award was niet alleen erg enthousiast over de samenwerking tussen hbo en mbo, ook de praktische uitvoering van ROAM viel op. ROAM (Gronings voor ‘raam’ en Engels voor ‘dwalen’) is een volledig circulair paviljoen op de Zernike Campus in Groningen. Het is volgens de inzenders een fysiek uithangbord voor de innovatiekracht van de campus, gerealiseerd vanuit een circulaire strategie: bouwen met secundaire materialen die lokaal zijn geoogst uit een donorgebouw. Het paviljoen bestaat voor circa 90% uit hergebruikt materiaal. Het project is over een periode van vier semesters uitgevoerd door tien studenten van de opleiding Built Environment van Hanze Hogeschool en elf studenten van de opleiding Middenkaderfunctionaris bouw van het Alfa-college. Daarbij werd ook nauw samengewerkt met het bedrijfsleven waaronder sloopbedrijf Bork en bouwbedrijf VDM Woningen. Digitaal oogsten ROAM startte als een actiegericht onderzoeksproces. Studenten inventariseerden het donorgebouw digitaal in een materiaalpaspoort. Hierbij werden data over afmetingen, conditie en prestaties vastgelegd. Daarna volgde de fysieke oogst in samenwerking met sloopbedrijf Bork. Geen traditionele sloop, maar een proces van 'behoedzaam demonteren' om de waarde van materialen, zoals kozijnen en glas, te behouden voor direct hergebruik. De ontwerper moest vervolgens flexibel omgaan met beperkingen en onverwachte kansen zien, zoals het upcyclen van  V.l.n.r. Koen Ekkel, Yme Meijer, juryvoorzitter Jacqueline Cramer, George Maxi en Stan Herder op het podium.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTI5MDA=